Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.3

Artikel 1.3.3.

landelijke ontwikkelingen

Onderdeel van Beleidsplan Fysieke leefomgeving 2021-2024

In de komende jaren staat er een aantal grootschalige stelselwijzigingen op het programma die van invloed zijn op de uitvoering van de VTH-taken. De volgende ontwikkelingen dienen zich aan of zijn al in gang gezet: Omgevingswet Op 1 juli 2015 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Omgevingswet aangenomen. Aanvankelijk zou de Omgevingswet in 2021 van kracht worden. De Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2022. De Omgevingswet zorgt voor een minder complexe regelgeving door het verenigen van 26 wetten in 1 wet en het verlagen van het aantal ministeriële regelingen en algemene maatregelen van bestuur (4 in plaats van 120). Doel hiervan is het vergroten van het gebruiksgemak, de samenhang en de inzichtelijkheid van regelgeving. Daarnaast houdt de wet rekening met regionale verschillen (grotere bestuurlijke afwegingsruimte), wordt het gemakkelijker vergunningen aan te vragen door middel van 1 (digitaal) loket en zijn er minder onderzoekslasten voor bedrijven. De voorbereidingen op de invoering van de nieuwe Omgevingswet zijn al geruime tijd bezig en hebben zich tot en met 2018 geconcentreerd op een aantal projecten; de Omgevingsvisie, EPOS en (burger)participatie. In 2020 is er een programmaplan vastgesteld. In dit programmaplan maken we de implementatie van de nieuwe wetgeving zichtbaar en geven richting aan de uitvoering van de projecten die voortvloeien uit het programmaplan. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) is op 21 februari 2017 door de Tweede Kamer aangenomen maar na behandeling in de Eerste Kamer aangehouden. De Wkb treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. De Wkb beoogt een samenhangend stelsel van kwaliteitseisen en –procedures te ontwikkelen waarmee marktpartijen aantoonbaar garanderen dat het te realiseren bouwplan bij oplevering een bepaald kwaliteitsniveau heeft. Het kwaliteitsniveau is gerelateerd aan de bouwtechnische voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Dit betekent dat de gemeente, na gefaseerde invoering van de wet, aanvragen omgevingsvergunningen bouwen niet meer toetst aan het Bouwbesluit (preventieve toets) en ook het toezicht tijdens het bouwen niet meer uitoefent. De opdrachtgever blijft na oplevering aansprakelijk voor zichtbare en verborgen gebreken. Dit betekent een andere rol voor bouw- en woningtoezicht. De gemeente houdt in ieder geval haar taken op de volgende gebieden: toetsing en toezicht op naleving vergunningvoorschriften met betrekking welstand, bouwverordening, monumenten, ruimtelijke ordening en wet Bibob; overige taken vanuit Bouwbesluit 2012: afhandeling meldingen brandveilig gebruik en sloop; toezicht voorschriften brandveilig gebruik; toezicht voorschriften bouwen en slopen; toezicht bestaande bouw; toezicht illegale bouw. Algemene regels vervangen vergunningen Veel activiteiten zijn vergunningvrij of kunnen worden gerealiseerd met een melding, waaraan algemene regels zijn verbonden. Aangezien wel algemene regels gelden (vergunningvrij is niet regelvrij), is toezicht noodzakelijk. Bovendien worden activiteiten gerealiseerd zonder vergunning en/of melding, waarbij tijdens of na de realisatie blijkt dat wel een vergunning of melding noodzakelijk is. In deze situaties moet een afweging gemaakt worden tussen legaliseren (het alsnog verlenen van een passende vergunning), handhaven of gedogen. Een dergelijk reparatieslag kost veel capaciteit. Landelijke handhavingsstrategie (LHS) Om de uitvoering van de toezichts- en handhavingstaken te optimaliseren is een strategie ontwikkeld die een uitwerking geeft aan de wijze waarop gehandeld dient te worden op het vlak van toezicht en handhaving. In dit plan is deze landelijke handhavingsstrategie als uitgangspunt genomen. Wet Natuurbescherming De op 1 januari 2017 van kracht geworden Wet Natuurbescherming vervangt drie wetten te weten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De provincies krijgen regie over het natuurbeleid in de regio en maken afwegingen voor vergunningen en ontheffingen. Met de nieuwe wet dient bij het aanvragen van een omgevingsvergunning bij de gemeente gelijk getoetst te worden wat de gevolgen voor de natuur zijn. Men hoeft dus geen aparte natuurvergunning meer aan te vragen. Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen Het besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BGBOP) is per 1 januari 2018 in werking getreden en geeft regels over het brandveilig gebruik van voor menselijke toegankelijke plaatsen en regels over de basishulpverlening op die plaatsen. Het gaat niet over constructies of crowd management, maar puur over brandveiligheidsaspecten rond evenementen op locaties buiten gebouwen, zoals evenementen- en recreatieterreinen en andere publieke ruimten (straten, pleinen en groenstroken) waar constructies (bouwsels) zoals tribunes, (feest)tenten, podia en kramen aanwezig zijn die kortstondig worden gebruikt en waar groepen mensen verblijven (evenementen). Bij het indienen van een melding of vergunning moet worden aangetoond dat er aan dit besluit wordt voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel