Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.1.

Bouwbesluit 2012 (diepgang toets)

Onderdeel van Beleidsplan Fysieke leefomgeving 2021-2024

Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Ten aanzien van vergunningverlening is de keuze gemaakt om geen aanvullende prioriteiten te stellen boven wat wettelijk verplicht is. Het toetsen van elke aanvraag aan alle aspecten van het Bouwbesluit 2012 is niet noodzakelijk. Bij vergunningverlening vindt prioritering plaats door keuzes te maken in het niveau van diepgang van toetsing van de aanvraag. Niet alle aspecten van het Bouwbesluit 2012 zijn namelijk voor alle bouwwerken van even groot belang en bovendien gaat door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (zie paragraaf 1.3.3) het toetsen van een aanvraag aan het Bouwbesluit 2012 door marktpartijen te gaan geschieden. Tot slot past deze werkwijze in het EPOS-traject (zie paragrafen 1.3.1 en 2.6.1) waarbij de aanvragers meer verantwoordelijkheid krijgen. Aanvragers moeten zelf meer uitzoeken en aanleveren bij de gemeente. Bij het toetsen van bouwaanvragen aan het Bouwbesluit 2012 legt de gemeente de nadruk op constructieve veiligheid, brandveiligheid en de energieprestatienorm. De aandacht kan per jaar verschillen afhankelijk van de ervaringen uit voorgaande jaren. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt aangegeven waar in dat jaar specifiek aandacht aan wordt geschonken. Indien een aanvrager bij het indienen van een omgevingsvergunning gebruik maakt van een professional dan geeft de gemeente het vertrouwen dat de aanvrager voldoet aan alle vereisten. De door de initiatiefnemer ingeschakelde professional moet verklaringen geven over bijvoorbeeld de ontvankelijkheid van een vergunningaanvraag, de strijdigheid met het bestemmingsplan, de onderzoeken en het toezicht. De Wabo onderscheidt bouwwerken met een geringe ruimtelijke uitstraling die als vergunningvrij worden aangemerkt. Bij het bouwen van dergelijke bouwwerken aan een voorgevel of in een beschermd stads- of dorpsgezicht, geldt uit esthetische overwegingen het vergunningvrije stelsel niet, zodat een preventieve welstands- of bestemmingsplantoets mogelijk is. Dit brengt echter ook mee dat de toets aan het Bouwbesluit en Bouwverordening relevant wordt, met alle bijbehorende (administratieve) lasten van dien. Ter beperking van die (administratieve) lasten worden bouwwerken die primair als vergunningvrij zijn aangemerkt, maar om esthetische overwegingen alsnog aan een vergunningplicht zijn onderworpen (monument of beschermd gezicht, kleine wijzigingen aan de voorgevel), preventief uitsluitend getoetst aan welstand en het geldend planologisch regime.

Rechtspraak bij dit artikel