De gemeente toetst iedere omgevingsvergunningaanvraag aan het geldende planologisch regime. Doel hiervan is om de ruimtelijke inrichting van de gemeente die is vastgelegd in onder meer bestemmingsplannen te beschermen.
Voor zover een aanvraag niet past binnen de hierin gestelde regels, wordt, bij een reguliere vergunning, binnen- en buitenplanse initiatieven, kruimelgevallen en brokstukken, op basis van EPOS van een initiatiefnemer verwacht dat hij/zij een professional inschakelt die een aanvraag indient waarin onder meer een onderbouwing is opgenomen over de strijdigheid met de planologische regels. Als een ontwikkeling niet voldoet aan het bestemmingsplan wordt geadviseerd om eerst een principeverzoek in te dienen.
Bij een aanvraag of principeverzoek wordt door de professional een QS opgesteld. In deze QS wordt de aanvraag afgezet tegen een aantal omgevingsfactoren zoals verkeer, milieu, groen, cultuurhistorie en stedenbouw. De QS wordt vervolgens behandeld in de Omgevingskamer. De Omgevingskamer geeft vervolgens een positief of negatief advies waarna het college van B&W een standpunt inneemt. Op basis van het besluit van het college van B&W wordt de aanvraag door de gemeentelijke casemanager verder afgehandeld. In bepaalde gevallen wordt de aanvraag beoordeeld door de kleine omgevingskamer.
Daarnaast geldt dat als zaken naar verwachting politiek gevoelig liggen het college ook om een expliciete afweging wordt gevraagd. Het is aan de bestuurlijke sensitiviteit van de ambtelijke organisatie en de omgevingskamer om te bepalen welke aanvragen als politiek gevoelig dienen te worden aangemerkt. In ieder geval politiek gevoelig zijn aanvragen die voldoen aan één of meer van de volgende kenmerken:
er is eerder in de raad discussie over geweest;
er is de nodige media-aandacht over geweest;
het college of een portefeuillehouder heeft van te voren aangegeven dat het een gevoelig dossier betreft;
als er substantiële weerstand wordt verwacht tegen een beschikking.
Op basis van het B&W-besluit stelt de gemeentelijke casemanager een concept vergunning/weigering op voor de Publieksbalie Fysieke Leefomgeving (PFL). De PFL verleent of weigert, onder mandaat, de vergunning.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.4
Ruimtelijke ordening
Onderdeel van Beleidsplan Fysieke leefomgeving 2021-2024