Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.3

Gedoogstrategie

Onderdeel van Beleidsplan Fysieke leefomgeving 2021-2024

Onder gedogen wordt verstaan: ‘Het door de gemeente al dan niet onder voorwaarden gedurende een zo kort mogelijke periode bewust niet handhavend optreden in overmacht- of overgangssituaties.’ De gemeente volgt voor het gedogen de ‘Gedoogstrategie fysieke leefomgeving Overijssel’.13Handhavings- en gedoogstrategie fysieke leefomgeving Overijssel. Vastgesteld door het college van B&W d.d. 16 februari 2010. Kort gezegd komt het erop neer dat gedogen slechts plaatsvindt onder de volgende condities: gedogen geschiedt slechts in uitzonderingssituaties; het gedogen heeft altijd een tijdelijk karakter; aan het gedogen zijn voorwaarden verbonden. Er is alleen sprake van uitzonderingssituaties bij onverwachte, niet voorzienbare en van buiten komende oorzaken of omstandigheden. Gedogen kan aanvaardbaar zijn als de consequenties van handhaving niet in redelijke verhouding staan tot de belangen die met (onmiddellijke) handhaving gemoeid zouden zijn. In geval van een overgangssituatie moet er concreet zicht zijn op het beëindiging van de illegale situatie. Een gedoogbeschikking is altijd schriftelijk. De beslissing van de gemeente om een overtreding bestuursrechtelijk te gedogen, impliceert overigens niet dat er strafrechtelijk wordt gedoogd. Deze afweging is aan het OM voorbehouden. Hetzelfde geldt voor het geval dat een ander bestuursorgaan op grond van een haar toekomende bevoegdheid bestuursrechtelijk handhavend kan optreden. Een bestuursorgaan is in beginsel niet gebonden aan een gedoogbeschikking van een ander bestuursorgaan. In april 2019 heeft de ABRvS de jurisprudentielijn over een gedoogbeslissing gewijzigd. Een gedoogbeslissing, een weigering om een gedoogbeslissing te nemen en de intrekking van een gedoogbeslissing zijn, op een enkele uitzondering na, geen besluiten in de zin van de Awb en worden daarmee ook niet gelijkgesteld.14ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1356, NJB 2019/1143. Hierdoor is er ook geen bezwaar of beroep mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel