Naar hoofdinhoud

Deel II › Paragraaf 4.

Artikel 5.5.6

Bepaling inzet

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeente Lopik Augustus 2023

OMD wordt vastgesteld in dagdelen. Een dagdeel staat gelijk aan maximaal vier aaneengesloten uren. Het maximum is in principe 6 dagdelen tenzij situatie dermate schrijnend is én er een negatief besluit vanuit de WLZ kan worden overlegd. Dit vanuit de gedachte dat als er meer ondersteuning nodig is dan 6 dagdelen, de inwoner dermate zware zorg nodig heeft dat WLZ aan de orde is. Het aantal dag-delen dat wordt ingezet is afhankelijk van: Het doel dat deze maatwerkvoorziening heeft voor deze specifieke inwoner De noodzaak Hoeveel structuur, activering, toezicht is nodig? Wat biedt het eigen sociaal netwerk, hoe staat het met de belastbaarheid van de mantelzorg? Welke algemene of andere voorzieningen kunnen worden ingezet? Mogelijkheden van inwoner en netwerk: Hoeveel kan de inwoner fysiek en mentaal aan? Hoeveel is nodig om de mantelzorger te ontlasten. De activiteiten spelen zoveel mogelijk in op de persoonlijke interesses, mogelijkheden en kansen voor ontwikkeling (talenten) en/of behoud van vaardigheden van de individuele inwoner. Ondersteuning maatschappelijke deelname wordt geïndiceerd per dagdeel van 4 uur. Ten aanzien van vervoer van en naar de locatie waar de activiteiten plaatsvinden, is het uitgangspunt dat de inwoner en/of zijn netwerk dit zelf regelt. Indien dit niet mogelijk is, wordt een vervoers-component als indicatie opgenomen in het ondersteuningsplan. De toegangsmedewerkers van het BSL wegen bovenstaande criteria af om te komen tot een toewijzing. BSL maakt altijd afspraken over evaluatiemomenten, zodat bepaald kan worden of de doelen in het ondersteuningsplan behaald zijn of aangepast moeten worden. Tijdens deze evaluatie wordt ook besproken of een gehele of gedeeltelijke overstap gemaakt kan worden naar een algemene voorliggende voorziening of een meer passende vorm van maatwerk. In ieder geval geldt dat de ondersteuning moet worden beëindigd als een deelnemer minder dan 60% aanwezig is. Persoonlijke verzorging Een inwoner kan in aanmerking komen voor persoonlijke verzorging wanneer sprake is van een noodzaak voor aansturing of hulp bij de zelfzorg door bijvoorbeeld een verstandelijke, zintuiglijke of psychiatrische beperking. Het gaat hierbij om ondersteuning van de zelfredzaamheid van de inwoner. De behoefte aan persoonlijke verzorging hangt niet samen met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. In de praktijk betekent dit dat de persoonlijke verzorging op grond van de Wmo uit dezelfde handelingen kan bestaan als de persoonlijke verzorging op grond van de Zvw: zich wassen, persoonlijke verzorging voor tanden, haren en nagels, zich kleden, in en uit bed gaan, naar het toilet gaan, eten en drinken, medicatie innemen, aanbrengen/verwijderen van prothese(n), aanleveren van activiteiten rondom persoonlijke verzorging. Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Beschermd wonen Inwoners die door hun beperkingen behoefte hebben aan een beschermd woonklimaat, dat gericht is op het bieden van structuur en ondersteuning van alle dagelijkse activiteiten, wonen vaak in een zogenaamde woonvorm voor beschermd wonen. Dit is geen grote instelling, maar een cluster van vaak ‘gewone’ woningen waarbij op kleine schaal inwoners uit een bepaalde doelgroep (psychiatrie, verstandelijke beperking, ouderen) bij elkaar wonen. Soms is er sprake van een eigen leefeenheid, soms alleen van een eigen slaapkamer. Er zijn gemeenschappelijke ruimten, waar de inwoners elkaar en de aanwezige begeleiders ontmoeten. Inwoners krijgen begeleiding bij het structureren van hun dagelijks leven, ondersteuning bij regelzaken en geld-beheer en bij het vinden van een passende daginvulling. Voor een deel van de inwoners is beschermd wonen een opstapje naar zelfstandig wonen. Beschermd wonen is een taak voor de zogenaamde centrumgemeenten. Voor Lopik gaat het om de gemeente Utrecht. Zij krijgen ook het budget voor deze taak. Het BSL doet na melding door een inwoner onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Indien BSL van mening is dat er mogelijk sprake is van een vraag omtrent beschermd wonen, wordt afgestemd met het regionaal expertiseteam Beschermd Wonen Lekstroom. Vervolgens kan, indien noodzakelijk, een aanvraag voor een indicatie beschermd wonen worden gedaan bij de regionale toegang van de gemeente Utrecht voor inwoners van de gemeente Lopik. Beschermd wonen is toegankelijk voor personen van 18 jaar of ouder met de Nederlandse nationaliteit (of die legaal in Nederland verblijven) die door psychische beperkingen belemmeringen ervaren op allerlei leefgebieden. Dit kan variëren van problemen met financiën, dagbesteding, lichamelijke en geestelijke gezondheid, tot woonproblemen en relatieproblemen. Ook kan er sprake zijn van problemen met justitie of verslavingsproblemen en ervaren inwoners vaak beperkingen in hun dagelijks leven als het gaat om maatschappelijke participatie en hun sociaal netwerk. Een kenmerk van beschermd wonen is dat de problematiek van de mensen complex en meervoudig is. De inwoner is gediagnostiseerd met psychische problemen. Deze diagnose is in de afgelopen 24 maanden gesteld of is in de afgelopen 24 maanden bevestigd door een ter zake kundige (zoals een arts, psychiater, GZ-psycholoog of verpleegkundig specialist). Hierbij geldt dat verslaving ook geldt als psychiatrisch ziektebeeld. Indien de inwoner met beperkingen meerdere problemen ervaart, geldt dat het psychiatrische ziektebeeld van de inwoner voorliggend dient te zijn. Beoordeling Er dient beoordeeld te worden in hoeverre er sprake is van verwaarlozing, maatschappelijke overlast, of gevaar die de inwoner voor zichzelf of voor anderen vormt. Er kan sprake zijn van persoonlijke verwaarlozing, op het gebied van persoonlijke verzorging, hygiëne en lichamelijke en/of geestelijke gezondheid en/of ernstige verwaarlozing van de eigen leefomgeving, waardoor risico’s op de lichamelijke of geestelijke gezondheid ontstaan. Het college beoordeelt in hoeverre er sprake is van de noodzaak tot intensieve ondersteuning, waarbij reguliere ambulante begeleiding niet toereikend is. Intensieve ondersteuning is gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en bestaat uit: afwenden van gevaar voor de inwoner zelf of anderen en ter voorkoming van verwaarlozing/overlast; welzijn en veiligheid van de inwoner; ontwikkelen van (nieuwe) vaardigheden en competenties; dan wel zo lang mogelijk behouden van aanwezige vaardigheden; ondersteuning bij de Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL); opbouwen/onderhouden sociale contacten; (laagdrempelig) deelnemen aan de samenleving. Het college onderzoekt of er intensieve ondersteuning ambulant op afspraak mogelijk is, met mogelijke inzet van mantelzorger en/of GGZ. Dit is mogelijk indien de inwoner zijn hulpvraag kan formuleren en deze voor een langere periode uit kan stellen. Daarnaast is ongeplande ondersteuning in de vorm van 24-uurszorg of bereikbaarheid niet noodzakelijk, omdat de inwoner zijn hulpvraag kan uitstellen. Het is ook mogelijk dat ongeplande ondersteuning mogelijk is door de mantelzorger, eventueel in combinatie met de behandelaar(s). Dit betekent dat aanbieders erop moeten toezien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden op adequate wijze aansluiten bij de geleverde informele zorg. Het college beoordeelt of er voorliggende voorzieningen mogelijk zijn. Hierbij valt te denken aan klinische behandeling op grond van de Zvw of intramuraal verblijf op grond van de Wlz. Hierbij geldt dat de Wlz-indicatie voorliggend is en niet de leveringsvorm. Wanneer men bijvoorbeeld onder de Wlz niet in aanmerking komt voor een pgb, dan is dat geen directe aanleiding om in aanmerking te komen voor de Wmo. Indien er sprake is van een noodzaak tot beschermd wonen en er zijn geen andere voorzieningen passend of toereikend, dan zal het college overwegen om deze maatwerkvoorziening te verstrekken/aan te vragen bij de gemeente Utrecht. Maatschappelijke opvang Onder maatschappelijke opvang dient te worden verstaan het bieden van tijdelijk verblijf aan mensen zonder dak boven hun hoofd, gekoppeld aan zorg en begeleiding en/of het verhelpen van een crisis. Opvang wegens huiselijk geweld wordt geboden aan personen voor wie opvang noodzakelijk is wegens geweld in de huiselijke kring. Na de aanmelding wordt zo spoedig mogelijk een onderzoek uitgevoerd om te bepalen in welke centrumgemeente de maatschappelijke opvang van de inwoner het beste kan plaatvinden. Dit is de centrumgemeente of regio waar de kans op een succesvol traject van de inwoner het grootst is. Kortdurend verblijf Ondersteuning via de voorziening kortdurend verblijf in een instelling is een vorm van respijt-zorg en richt zich op respijt bieden van de taak van mantelzorgers. Kortdurend verblijf kan ingezet worden bij (dreigende) overbelasting van de mantelzorger als andere (lichtere) vormen van respijtzorg onvoldoende ondersteuning bieden. Onder de maatwerkvoorziening kortdurend verblijf wordt verstaan: verblijf van de persoon voor wie de mantelzorger verantwoordelijkheid draagt, in een accommodatie waar onder professionele verantwoordelijkheid 24-uurs zorg wordt geleverd. Het verblijf is voor een korte periode. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een weekendverblijf, maar ook door meerdere kortere periodes samen te voegen zodat de mantelzorger op vakantie kan gaan. Bij kortdurend verblijf logeert een inwoner (maximaal drie etmalen per week) in een instelling. Bijvoorbeeld in een gehandicapteninstelling, verpleeghuis of verzorgingshuis. Hierdoor wordt de mantelzorg ontlast, zodat deze de zorg langer kan volhouden en de inwoner thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die permanent toezicht nodig hebben. Bijvoorbeeld als er valgevaar is, als de inwoner zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn. Dat toezicht kan ook een vorm van actieve observatie zijn, zoals bij jeugdigen met een lichamelijke beperking waarbij ouders actief de vitale functies van het kind moeten controleren. Het kan ook gaan om constante zorg of zorg op ongeregelde tijdstippen, bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige hartaandoening of dementie. Er zijn veel manieren om de mantelzorg te ontlasten. Bijvoorbeeld door een vrijwilliger in te schakelen om een paar uur de zorg voor een inwoner over te nemen en ook Ondersteuning Maatschappelijke Deelname kan als belangrijk neveneffect of zelfs doel hebben de mantelzorg te ontlasten. Soms is dat niet voldoende om het langdurig vol te kunnen houden of is de zorg die een vrijwilliger kan bieden onvoldoende, vanwege de beperkingen van de inwoner. Alleen als er sprake is van de combinatie van voortdurende zorg en toezicht van de inwoner en dreigende overbelasting van de mantelzorger, en als andere voorliggende voorzieningen niet voldoen, kan kortdurend verblijf worden geïndiceerd. De omvang van kortdurend verblijf is één, twee of drie etmalen per week; afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de inwoner. Er is een maximum van drie etmalen per week gesteld, omdat het logeren betreft; bij meer dan drie etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van AWBZ/Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld een verblijf van een week, zodat mantelzorg op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld respijtzorg die wordt vergoed door de ziektekostenverzekeraar, geen optie zijn. In de instelling waar de inwoner kortdurend verblijft wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer persoonlijke verzorging en/of verpleging nodig is moet dit geregeld worden via de zorgverzekering. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf. De inwoner is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf.

Rechtspraak bij dit artikel