Ingevolge artikel 4:8 Awb worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen. Belanghebbende(n) krijg(en) hiervoor een door de burgemeester te bepalen redelijke termijn die in principe meer dan 7 kalenderdagen bedraagt tenzij op grond van artikel 4:11 Awb wordt afgezien van het stellen van een zienswijzentermijn omdat de vereiste spoed zich daartegen verzet. Afhankelijk van de aard en ernst van de feiten kan spoedshalve bestuursdwang worden toegepast en zonder dat een termijn voor het indienen van zienswijzen wordt gegeven.
Artikel 11.
Zienswijzen
Onderdeel van Beleidsregel voor de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet 2020