Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet/IOAW/IOAZ ’s-Hertogenbosch 2023

Het college kan een voorziening weigeren of beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de aangeboden voorzieningen. De regels, als bedoeld in het tweede lid, kunnen in ieder geval betrekking hebben op de: voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; weigeringsgronden van een voorziening; aanvraag van, en de besluitvorming over een voorziening; betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten op deze subsidies; wijze van verlening en vaststelling van subsidies; overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verlenen van subsidies. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel