Naar hoofdinhoud
Kosten die in aanmerking komen voor subsidie: directe loonkosten van de door een medewerker aan het project bestede uren; Een opslag voor overhead over de directe loonkosten van ten hoogste 50%; Overige aan derden verschuldigde kosten. De som van de directe loonkosten en opslag voor overhead bedraagt maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten. Voor de berekening van de directe loonkosten per uur wordt uitgegaan van het totaal van het bruto loon volgens de loonstaat, de vakantie-uitkering, de niet van winst afhankelijke eindejaarsuitkering of 13e maand, de werkgeverslasten (werkgeversdeel pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie en bijdrage Zorgverzekeringswet) en de overige werkgeverspremies voor werkloosheids- en ziektekostenuitkeringen en een aantal van 1600 productieve uren per jaar bij een voltijdsaanstelling. Kosten die niet in aanmerking komen voor subsidie: door de aanvrager verrekenbare dan wel compensabele BTW; kosten die uit andere hoofde zijn of worden gedekt; kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties; legeskosten en overige kosten inzake het aanvragen en verlenen van vergunningen. Kosten van de voorbereiding van de subsidieaanvraag. Het college kan naast de in het tweede lid genoemde kosten ook andere kosten niet-subsidiabel verklaren.

Rechtspraak bij dit artikel