De belasting wordt niet geheven voor het hebben van:
voorwerpen, waarvoor reeds ingevolge een privaatrechtelijke
overeenkomst een vergoeding is verschuldigd;
voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens
recht van bezit of enig ander zakelijk recht de genothebbende is,
met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn
verhuurd;
kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoeken) en
stoeptreden;
voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden
gedoogd;
buizen in de grond tot lozing van faecaliën, van huishoud- of
hemelwater;
dakgoten, vensterbanken en gevelroosters en afvoerbuizen van
hemelwater;
voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang voorzien of
welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden;
sierverlichting, zoals contourbalken, neonbuizen, lampenlijnen en
dergelijke, geen reclamevoorwerpen zijnde, die dienst doen als
feestverlichting in de winkelcentra;
voorwerpen als bedoeld in onderdeel 05 van de bij deze verordening
behorende tarieventabel, onder 05.03, 05.04 en 05.04a,. indien
sprake is van een of meerdere van deze voorwerpen en deze voorkomen
aan één onroerende zaak als bedoeld in artikel 2 van de "Verordening
onroerende-zaakbelastingen Heerlen 2011" en tezamen minder belopen
dan 4 m2;
lampen en lantaarns als bedoeld onder 05.06 van onderdeel 05 van de
bij deze verordening behorende tarieventabel, indien deze voorkomen
aan één onroerende zaak als bedoeld in artikel 2 van de "Verordening
onroerende-zaakbelastingen 2011” en sprake is van minder dan 2 van
deze voorwerpen.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2011