**1..** Het uitganspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van hun kind. Het college voorziet in vervoer van de jeugdige naar en vanaf de locatie waar jeugdhulp wordt geboden voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met de medische redenen of beperkingen in de zelfredzaamheid van de jeugdige en/of zijn ouder(s).
**2..** Indien vervoer nodig is wordt de dichtstbijzijnde passende jeugdhulp ingezet.
**3..** Het college beoordeelt of het toekennen van een vervoersvoorziening noodzakelijk is in verband met de beperkingen in de zelfredzaamheid. Dit kan het geval zijn als het niet mogelijk is dat:
de jeugdige zelfstandig naar en vanaf de locatie reist waar jeugdhulp geboden wordt;
de jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp verplaatst naar het verblijfadres van de jeugdige of andere locatie in de nabijheid, waardoor vervoer overbodig wordt;
de jeugdige met leerlingenvervoer op de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden komt.
**4..** Onder zelfstandig reizen wordt ook verstaan:
reizen met begeleiding van een ouder of iemand uit de naaste omgeving van de jeugdige;
reizen met het openbaar vervoer;
het brengen en halen door een ouder of iemand uit de naaste omgeving van de jeugdige of door een vrijwilliger.
**5..** Het college kijkt bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening in verband met een medische noodzaak of ouders of een persoon uit het sociale netwerk al dan niet kunnen beschikken over:
geschikt gemotoriseerd vervoer;
de benodigde medische apparatuur;
de benodigde medische of verpleegkundige vaardigheden.
**6..** Het college houdt rekening met de leeftijd van de jeugdige, de veiligheid en de unieke eigenschappen van de jeugdige en de gebruikelijke hulp die ouders aan hun kinderen bieden, zoals opgenomen in bijlage 1.
**7..** Het college kan een vervoersvoorziening inzetten als de jeugdige wel voldoende zelfredzaam is, maar er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de jeugdige ernstig benadeeld wordt en het daardoor niet wenselijk is om zelfstandig te reizen. Hiervan kan sprake zijn als:
een verbinding met het openbaar vervoer ontbreekt;
de reistijd langer duurt dan anderhalf uur voor een enkele reis tussen de woning en de jeugdhulplocatie.
**8..** Als het college een vervoersvoorziening ter bevordering van de zelfredzaamheid toekent, werkt de jeugdige -afhankelijk van zijn leeftijd, draagkracht en vaardigheden- in afzienbare tijd mee aan het zelfstandig te leren reizen naar de jeugdhulplocatie.
**9..** Als de jeugdige door of met behulp van een ouder vervoerd kan worden naar de jeugdhulplocatie, dan treft het college geen vervoersvoorziening. In gevallen waarbij de afstand en de frequentie van het vervoer door ouders buitenproportioneel zijn waardoor financiële problemen binnen het gezin ontstaan kan het college - na een individuele afweging- de vervoerskosten vergoeden.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.13
Vervoer (artikel 3.32 verordening)
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp Duiven 2023