Naar hoofdinhoud

Hoofstuk 6

Artikel 6.3

Persoonsgebonden budget (hoofdstuk 6 van de verordening)

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp Westervoort 2023

1.. Een pgb is een bedrag die de cliënt van de gemeente krijgt om zelf jeugdhulp in te kopen. De cliënt kan zelf een aanbieder uitkiezen van wie hij jeugdhulp wil ontvangen. 2.. Er zijn drie (3) voorwaarden waaraan een cliënt moet voldoen om in aanmerking te komen voor een pgb: de cliënt moet op eigen kracht (of met hulp een pgb-beheerder) voldoende in staat zijn om zijn belangen te behartigen en de pgb taken op een verantwoorde wijze uit te voeren; de cliënt moet motiveren waarom een individuele voorziening in natura niet passend is; de in te kopen jeugdhulp moet volgens het college van goede kwaliteit zijn. Dit betekent dat de hulp van goed niveau is, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder. De zorgvorm en doelen komen overeen met de zorgvorm en doelen in het gespreks- en onderzoeksverslag. 3.. Het college zal beoordelen of de cliënt (of zijn pgb-beheerder) voldoende bekwaam is om het pgb te beheren. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft 10 vaardigheidspunten opgesteld voor het beheren van het pgb, zie hiervoor bijlage 2. Deze beoordeling vloeit voort uit artikel 6.1 lid 2 verordening. 4.. Vervolgens moet de cliënt zelf afspraken maken met de jeugdhulpaanbieder over welke ondersteuning geleverd moet worden, de kosten van de ondersteuning (uurtarief voor de jeugdhulpaanbieder), uitbetaling van reiskosten of andere vergoedingen, de kwaliteit van de jeugdhulp (juiste opleiding, SKJ registratie en beschikken over een verklaring omtrent gedrag (VOG), de duur van de ondersteuning en op welke momenten de ondersteuning geleverd wordt. De cliënt dient zelf een zorgovereenkomst aan te gaan met de jeugdhulpaanbieder en samen met de jeugdhulpaanbieder een ondersteuningsplan op te stellen. Aan de hand van het ondersteuningsplan beoordeelt het college of de jeugdhulp van goede kwaliteit is. 5.. In het ondersteuningsplan moet het volgende worden omschreven: de kansen/mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften van de cliënt zoals vastgesteld tijdens het onderzoek door de gemeente en welke hulp/ondersteuning wordt geboden (zorgvorm); welke doelafspraken cliënt en de inwoner maken en hoe zij deze gaan bereiken; binnen welk tijdsbestek deze doelen moeten worden behaald en hoeveel uur daarvoor nodig is; binnen welk tijdsbestek er kan worden afgeschaald naar minder uren en/of een lichtere ondersteuningsinzet; hoe de aanbieder de nazorg vormgeeft en de eventuele overdracht naar andere zorgvormen; wanneer geëvalueerd wordt (datum vastgelegd); de inzet van en afstemming met algemene voorzieningen (indien van toepassing); de naam van de eerstverantwoordelijke (medewerker van de opdrachtnemer). De eerstverantwoordelijke of diens vervanger is goed bereikbaar; wie de casusregisseur of coördinator is (in het geval van meervoudige, complexe problematiek dient een regisseur te zijn aangewezen; de inbreng van een multidisciplinair team (indien van toepassing); de afstemming tussen het sociaal netwerk, onderwijs, werk, vrije tijd en wonen (indien van toepassing); de afstemming op andere vormen van geboden hulp en zorg; de lange termijn verwachting/planning (indien van toepassing). 6.. Als het college het verzoek om een pgb heeft goedgekeurd dient de cliënt zelf de jeugdhulp te evalueren en de jeugdhulpaanbieder aan te spreken of bij te sturen waar dat nodig is. Ook moet de cliënt maandelijks urenbriefjes opsturen naar de Sociale verzekeringsbank (Svb). Een vast maandloon is hierbij niet toegestaan. De Svb zorgt voor de uitbetaling vanuit de gemeente naar de jeugdhulpaanbieder. De cliënt krijgt het geld niet op zijn rekening, dit is het zogenoemde trekkingsrecht. De cliënt is verantwoordelijk voor een juiste besteding van het pgb, ook wanneer een pgb-beheerder hiervoor wordt ingezet. 7.. Meer informatie over een pgb is te vinden op www.pgb.nl of www.svb.nl.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel