Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Activerend werk (artikel 3.3.1 – 3.3.6 verordening)

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Duiven 2023

1.. De maatwerkvoorziening activerend werk bestaat uit een oriëntatiefase en meerdere ontwikkelarrangementen, afhankelijk van de ontwikkelmogelijkheden van de cliënt en op welke trede van de participatieladder de cliënt zich bevindt. 2.. De participatieladder kent de volgende tredes: Trede 1: Geïsoleerd Een cliënt heeft geen contact buitenshuis behalve functionele contacten zoals het bezoeken van de huisarts of fysiotherapeut en het doen van boodschappen. Trede 2: Sociale contacten gericht op ontmoeten Wekelijks contact met anderen buitenshuis (geen huisgenoten of functionele contacten) zoals het deelnemen aan een koffieochtend of het volgen van cursussen/ taallessen. Trede 3: Bijdrage leveren aan anderen. Gericht op het leveren van een bijdrage op een werkplek. Deelname aan activiteiten met uitvoering van taken met een lage werkdruk en met weinig eigen verantwoordelijkheid en/of zelfstandigheid Trede 4: Onbetaald werk gericht op werk Een cliënt voert zelfstandig taken uit en/of: draagt verantwoordelijkheid; opbrengst heeft economische waarde; volgt een beroepsopleiding. Trede 5: Betaald werk met ondersteuning Betaald werk met aanvullende uitkering en/of: instrumenten UWV of Werk & Inkomen (gemeente); in combinatie met het volgen van een beroepsopleiding met studiefinanciering. Trede 6: Betaald werk Betaald werk zonder aanvulling. 3.. Activerend werk oriëntatie is gericht op cliënten die zich op trede 1 t/m 4 van de participatieladder bevinden inzicht te geven in de wensen en mogelijkheden ten aanzien van werk in een zo regulier en lokaal mogelijke omgeving. Vervolgens is een voorziening ontwikkeling erop gericht dat de cliënt zich ontwikkelt naar een hogere trede op de participatieladder, afhankelijk van diens mogelijkheden. 4.. De duur van de oriëntatiefase bedraagt drie (3) maanden. 5.. De duur van een voorzieningen ontwikkeling bedraagt maximaal zes (6) maanden of zoveel korter als benodigd was om de ontwikkeldoelen te behalen (resultaatgericht) met de optie deze éénmalig te verlengen. 6.. Het is slechts twee (2) maal mogelijk eenzelfde ontwikkelvoorziening in te zetten. In de stabiele fase, waarbij de cliënten op het maximum van hun vermogen zitten (op hun plek), worden arrangementen voor de langere termijn aangeboden (periode 1 tot maximaal 2 jaar). 7.. De voorziening ontwikkeling is inclusief een onkostenvergoeding voor de cliënt. Het bedrag varieert per arrangement, waarbij de aanbieder in overleg met cliënt de wijze waarop uitbetaling plaatsvindt bepaalt. De onkostenvergoeding kan in natura worden ingezet (bijv. gratis lunchen bij werkgever) of kan als vergoeding aan de cliënt worden uitbetaald. 8.. Vanuit het principe ‘zo regulier en dichtbij mogelijk’, is het van belang dat de cliënt zelfstandig (op eigen kracht, fiets, OV of met hulp van eigen netwerk) naar de activerend werkplek kan komen. Als een cliënt niet zelfstandig naar de activerend werkplek kan komen (ivm gedragsproblematiek of lichamelijke beperking), dan kan een vervoersvoorziening vanuit de algemene voorziening of maatwerkvoorziening benodigd zijn.

Rechtspraak bij dit artikel