Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.4

Beschermd wonen (artikel 3.5.1 – 3.5.7 verordening)

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Duiven 2023

1.. De voorzieningen Intramuraal beschermd wonen basis en Intramuraal beschermd wonen intensief zijn vormen van intramuraal verblijf. Deze voorzieningen richten zich op cliënten met (complexe) psychische en/of psychosociale problemen (eventueel in combinatie met een licht verstandelijke beperking), die niet in staat zijn om zelfstandig te wonen en waarbij permanente nabijheid (24 uur per dag) van ondersteuning noodzakelijk is. 2.. Activiteiten die in het kader van welzijn worden geboden zijn ook een onderdeel van de ondersteuning. Te denken valt aan gezamenlijke momenten voor ontmoeting. Ook taken die horen bij het dagelijks leven en rondom huis (zoals boodschappen doen en koken) vallen onder de ondersteuning. Tevens zijn uitstapjes om bijvoorbeeld een invulling te geven aan het weekend onderdeel van het intramurale verblijf en worden door de aanbieder vanuit het tarief gefinancierd. 3.. Bij beschermd wonen begeleidt de aanbieder de cliënt ook (mede) naar een vorm van daginvulling zoals (activerend) werk of groepsbegeleiding. 4.. Er is een duidelijke structuur in de dag en een professional is continu in de nabijheid. Dat betekent dat zowel overdag als ’s nachts een professional in de woning aanwezig is en direct kan reageren op situaties die het dagelijks leven van cliënten en/of omwonenden verstoren. 5.. Er zijn minimaal 3 tot 4 keer per week individuele contactmomenten tussen de cliënt en de begeleider. 6.. Permanente nabijheid van zorg gedurende de dag en nabijheid van zorg in de nacht is noodzakelijk. De aanbieder is overdag en 's avonds aanwezig, in de nacht in de wijk aanwezig en binnen 10 minuten aanwezig op de woonzorglocatie. 7.. De ondersteuning vindt gepland, ongepland en/of onder toezicht (inclusief signalerende functie) plaats. 8.. Intramuraal verblijf betekent dat de cliënt woont in een woning van de aanbieder. Het schoonhouden van de woning is inbegrepen, maar de woning wordt in principe samen met de cliënt schoongehouden. Dit geldt ook voor het bereiden van maaltijden. 9.. Voor cliënten bij wie er perspectief is om na circa 1 tot 3 jaar zelfstandig (begeleid) te gaan wonen, heeft de aanbieder specifieke aandacht voor een terugkeer naar zelfstandig (begeleid) wonen. Dat betekent dat ingezet wordt op het versterken, dan wel ontwikkelen, van het netwerk en om het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te wonen. Het gaat in ieder geval om: Financiële vaardigheden/administratie (inclusief ondersteuning bij financiële veranderingen als gevolg van een verandering van intramuraal verblijf naar zelfstandig wonen); Woonvaardigheden zoals: koken, huishouden, boodschappen doen; Emotionele vaardigheden: de cliënt moet weten wat hij/zij nodig heeft aan structuur, het inroepen van hulp, vaardigheden om hulp te vragen, het opbouwen, gebruiken en onderhouden van het eigen netwerk; Sociale vaardigheden: werken aan de vaardigheden die nodig zijn voor sociale interactie en participatie. Voor cliënten voor wie er geen perspectief is om binnen 1 tot 3 jaar zelfstandig (begeleid) te gaan wonen, ligt de nadruk op het behouden van vaardigheden en stimuleren tot participatie in de vorm van bijvoorbeeld daginvulling en het uitvoeren van taken in het dagelijks leven (zoals boodschappen doen en koken). 10.. Aanbieder draagt er zorg voor dat cliënten die in zorg verblijven, met als perspectief (einddoel) zelfstandig (begeleid) wonen, zich maximaal een maand na instroom laten inschrijven als woningzoekende bij Entree/woningbouwcorporaties, zodat zij bij uitstroom tijdig in aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning. 11.. Bij het woondeel zijn inbegrepen: schoonmaak (eigen en algemene ruimten), voeding (incl. voedingssupplementen, mag ook voedingsbudget zijn), wassen, hulpmiddelen, welzijn en recreatie, geestelijke verzorging, inrichting, verzekeringen, televisie en telefoon, zorg na overlijden, gas – water - licht (eigen ruimte, algemene ruimten), huurdersonderhoud, eigenaarsonderhoud. 12.. In het geval de aanbieder woonruimte verhuurt aan een cliënt, die gebruik maakt van een product exclusief verblijf (Zelfstandig wonen met begeleiding of Groepswonen), moet de hoogte van de huur voor zowel zelfstandige als onzelfstandige woonruimte in verhouding staan tot het aangebodene, conform het woningwaarderingssysteem. Zie hiervoor https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huurprijs-en-puntentelling en http://www.huurcommissie.nl 13.. In het geval aanbieder een zelfstandige woonruimte aan de cliënt verhuurt, die gebruikmaakt van een product exclusief verblijf, dienen de hoogte van de huur en de huurvoorwaarden zodanig te zijn, dat de cliënt in aanmerking kan komen voor huurtoeslag, conform de regels van de Belastingdienst, zie hiervoor de website van de Belastingdienst. Voorwaarden die de Belastingdienst stelt aan de huurvoorwaarden zijn: Een huurcontract tussen huurder en verhuurder; De huurder betaalt de huur; De huurder staat ingeschreven bij de gemeente op het betreffende woonadres; De huurder heeft de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning. 14.. In het geval aanbieder een onzelfstandige woonruimte verhuurt aan de cliënt die gebruikmaakt van een product exclusief verblijf mogen de woonlasten (huur inclusief gas, water en licht) van deze onzelfstandige woonruimte niet hoger liggen dan € 350,-. Deze eis geldt niet voor die specifieke onzelfstandige woningen in woongebouwen, die door de Belastingdienst formeel zijn aangewezen voor huurtoeslag. Voor deze onzelfstandige woningen kan namelijk wel huurtoeslag worden aangevraagd. Woningen vanuit (privé) bezit van aanbieder, bestuurder of medewerker mogen niet aan cliënten worden verhuurd. 15.. De aanbieder heeft nadrukkelijk aandacht voor de overgang naar de WLZ en er wordt actief gekeken hoe deze overgang voor de cliënt zo makkelijk mogelijk kan worden gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel