Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Duur van de maatwerkvoorziening

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Duiven 2023

1.. Het college beoordeelt de duur van de in te zetten maatwerkvoorziening. De duur van de periode is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder: De ondersteuningsbehoefte van de cliënt en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen; De woonomstandigheden en de samenstelling van het huishouden van de cliënt en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen; De (verwachte) ontwikkeling van de cliënt. 2.. Ongeacht de duur van de voorziening kan het college periodiek of als er aanleiding voor is de ingezette maatwerkvoorziening heroverwegen op grond van artikel 2.3.9 van de wet. Dit betekent dat een maatwerkvoorziening aangepast kan worden (in zwaarte of in duur) indien dit nodig is, aan de hand van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. 3.. Indien wordt vastgesteld dat de cliënt leerbaar is, kan een getrapte indicatie worden afgegeven. Dit betekent dat de indicatieperiode wordt ingedeeld in één of meerdere perioden, waarbij een andere (hogere of lagere) hoeveelheid van de voorziening wordt toegekend. Bij leerbaarheid is meestal sprake van een afbouw van intensiteit, maar bij activerend werk kan juist sprake zijn van een opbouw van de intensiteit van de ondersteuning. 4.. Bij tijdelijke afwezigheid (bijvoorbeeld als gevolg van een ziekenhuisopname, vakantie of verblijf in detentie) blijft de maatwerkvoorziening van toepassing. De (pgb)aanbieder mag niet verleende zorg niet declareren. Zodra de cliënt weer thuis is hervat de (pgb)aanbieder de ondersteuning en kan de ondersteuning weer gedeclareerd worden bij de gemeente. De cliënt geeft afwezigheid langer dan vier (4) weken door aan de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel