Voor zover niet anders bepaald, worden de begrippen in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Leidschendam-Voorburg 2020, Participatiewet, of de Algemene wet bestuursrecht.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
aanvrager: de alleenstaande die de individuele bijzondere bijstand energiearmoede aanvraagt, dan wel de partner of samenwonenden die deze gezamenlijk aanvragen;
energielasten: uitgaven voor gas en elektriciteit;
financiële problemen: situatie waarin primair door energiekosten betalingsachterstanden en daardoor schulden ontstaan;
inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 en 33 van de wet en artikel 8 lid 1 van de IOAW of IOAZ, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 31 lid 2 van de wet en artikel 33 lid 5 van de wet;
normjaar: jaar voor de energiecrisis (2021);
peildatum aanvragen: datum van aanvraag;
voorliggende voorziening: een passende en toereikende voorziening waarop de aanvrager een beroep kan doen of aanspraak kan maken voor de bekostiging van specifieke uitgaven;
vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet en artikel 34 lid 3 van de wet op de peildatum;
wet: Participatiewet;
zelfstandige woning: Een woning met eigen toegangsdeur die de bewoner van binnen en van buiten op slot kan doen. In de woning moeten in elk geval aanwezig zijn: een eigen woon(slaap)kamer, een eigen keuken, badkamer en toilet. Kamerhuur valt hier niet onder.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand Energiearmoede Leidschendam-Voorburg 2023