We maken onderscheid in de eisen voor het type laadinfrastructuur en voor bijzondere locaties. Dit vanwege het verschil in werkwijze en de technische eisen die er zijn. Voor de bestaande stad worden er eisen gesteld aan de inpassing van laadinfrastructuur in de bestaande openbare ruimte. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen reguliere en snellaadinfrastructuur in de openbare ruimte en laadinfrastructuur in parkeergarages.
Bijzondere locaties zijn nieuwbouwgebieden, inbreidingslocaties en groot onderhoudsgebieden. Voor deze locaties gelden aanvullende eisen waar op getoetst wordt tijdens de ontwerpfase en uitvoeringsfase. Hier is in veel gevallen een andere werkwijze nodig bij het plaatsen van laadinfrastructuur als bij de bestaande stad en zijn er minder beperkingen doordat er in een vroeg stadium afgestemd kan worden. Door in het ontwerp al rekening te houden met laadinfrastructuur kunnen de locaties afgestemd worden met de (toekomstige) ligging van kabels en leidingen en de inpassing in de openbare ruimte. Dit vergemakkelijkt de plaatsing en vergoot de inpassingmogelijkheden. Realisatie en voorbereiding van laadinfrastructuur in nieuwbouwgebieden, inbreidingslocaties en groot onderhoud gebieden bespaart kosten, stimuleert elektrisch vervoer en zorgt voor vermindering van overlast door werkzaamheden na oplevering. Daarnaast worden in de ontwerpfase de locaties al vastgesteld en de verkeersbesluiten al genomen, wat bezwaren in de toekomst voorkomt. Bij het intekenen wordt er zo veel mogelijk voor laadpleinen gekozen doordat dit laadzekerheid aan de e-rijder biedt, dit tijdens de ontwerpfase makkelijk in te passen is in een te ontwikkelen wijk en doordat een laadplein met een enkele stroomaansluiting de beschikbare stroom slimmer kan verdelen doormiddel van energiemanagement.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
Onderscheid soorten laadinfrastructuur en bijzondere locaties
Onderdeel van Plaatsingsregels Almere 2023