Veiligheid: Bij de plaatsing van laadinfrastructuur moet er rekening worden gehouden met struikelgevaar. Zo mag de laadkabel niet over de stoep komen te liggen en mag zowel de laadpaal als de kabels de doorloop niet belemmeren. Ook mag de plaatsing van een laadpaal niet het zicht van weggebruikers beperken of andere onveilige verkeerssituaties veroorzaken. Hier moet rekening mee worden gehouden in het ontwerp van de parkeer en verkeerssituatie.
Aantal Parkeervakken: Op het inrichtingsplan dient in totaal 10% van het aantal publieke parkeervakken te worden voorzien van een laadpunt. Deze 10% wordt bij voorkeur ingetekend als laadplein locaties op centrale plekken of bij de wijkontsluiting. Om voldoende dekking te creëren worden er aanvullend losse laadpaal locaties ingetekend. Bij de daadwerkelijke aanleg van de wijk wordt 3% van het aantal publieke parkeervakken ook daadwerkelijk voorzien van een laadpunt en wordt de resterende 7% als toekomstige reservering aangehouden. In de praktijk betekend dit dat bij laadplein locaties de eerste laadpaal al geplaatst wordt en de resterende laadpalen als reservering dienen. Deze percentages worden jaarlijks geïndexeerd.
Kabels en Leidingen: Het bepalen van laadpaal locaties moet worden afgestemd met de (toekomstige) ligging van kabels en leidingen. Laadpaal locaties en de aansluiting van de laadpaal worden getoetst aan de geldende Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 14 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Almere 2016 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) en bijbehorende toelichting 15 Toelichting_AVOI_Almere_2016_18-1-2016.pdf en het Handboek Kabels en Leidingen 16 Handboek Kabels & Leidingen (almere.nl).
Eigendom van overheid: Laadpalen worden geplaatst op parkeervakken en gronden in eigendom van de gemeente Almere of van samenwerkende overheden.
Vrije (doorloop) ruimte: Rondom de laadpaal moet minimaal 50cm werkruimte overblijven voor onderhoud aan de laadpaal. Bij de plaatsing van laadpalen op de stoep moet bij voorkeur 120 centimeter doorloopruimte overblijven, de minimale doorloopruimte is 90 centimeter.
Hinder objecten: Bij de plaatsing van laadpalen mag er geen hinder plaatsvinden aan andere objecten zoals bomen (en boomwortels), lichtmasten, straatmeubilair en containers.
Elektriciteitsnet: In nieuwbouwgebieden wordt tijdens de voorbereidende (grond) werkzaamheden de benodigde bekabeling al aangelegd. Bij laadplein locaties wordt een aansluitkabel aangelegd tot aan de eerste laadpaal. Losse laadpalen worden ingetekend op locaties binnen 25 meter van het elektriciteitsnet van Liander (laagspanningsnet). Dit in verband met de meerkosten voor kabels die langer dan 25 meter zijn en de impact op de openbare ruimte bij de aansluit werkzaamheden.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.1
Eisen laadinfrastructuur nieuwbouwgebieden
Onderdeel van Plaatsingsregels Almere 2023