Veiligheid: Bij de plaatsing van laadinfrastructuur moet er rekening worden gehouden met struikelgevaar. Zo mag de laadkabel niet over de stoep komen te liggen en mag zowel de laadpaal als de kabels de doorloop niet belemmeren. Ook mag de plaatsing van een laadpaal niet het zicht van weggebruikers beperken of andere onveilige verkeerssituaties veroorzaken. Hier moet rekening mee worden gehouden in het ontwerp van de parkeer en verkeerssituatie.
Aantal parkeervakken: Op het inrichtingsplan van groot onderhoud wijken dient in totaal 10% van het aantal publieke parkeervakken te worden voorzien van een laadpunt. Deze 10% wordt bij voorkeur ingetekend als laadplein locaties op centrale plekken of bij de wijkontsluiting. Om voldoende dekking te creëren worden er aanvullend losse laadpaal locaties ingetekend. Op basis van de bestaande laadvraag, het aantal gebruikers bij bestaande laadpalen en het aantal aanvragers in een wijk wordt bepaald hoeveel parkeervakken een reservering krijgen en hoeveel laadpalen er worden geplaatst.
Kabels en leidingen: Het bepalen van laadpaal locaties moet worden afgestemd met de (toekomstige) ligging van kabels en leidingen. Laadpalen mogen niet boven bestaande kabels en leidingen geplaatst worden. Er wordt daarbij minimaal 75cm afstand gehouden van bestaande kabels en leidingen en er wordt rekening gehouden met toekomstige tracés. Bestaande laadpaal locaties dienen verplaatst te worden wanneer de inrichting van de parkeersituatie wijzigt tijdens groot onderhoud. Laadpaal locaties en de aansluiting van de laadpaal worden getoetst aan de geldende Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 17 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Almere 2016 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) en bijbehorende toelichting 18 Toelichting_AVOI_Almere_2016_18-1-2016.pdf en het Handboek Kabels en Leidingen 19 Handboek Kabels & Leidingen (almere.nl).
Eigendom van overheid: Laadpalen worden geplaatst op parkeervakken en gronden in eigendom van de gemeente Almere of van samenwerkende overheden.
Vrije (doorloop) ruimte: Rondom de laadpaal moet minimaal 50cm werkruimte overblijven voor onderhoud aan de laadpaal. Bij de plaatsing van laadpalen op de stoep moet bij voorkeur 120 centimeter doorloopruimte overblijven, de minimale doorloopruimte is 90 centimeter.
Hinder objecten: Bij de plaatsing van laadpalen mag er geen hinder plaatsvinden aan andere objecten zoals bomen (en boomwortels), lichtmasten, straatmeubilair en containers.
Elektriciteitsnet: In groot onderhoud gebieden worden de bestaande en toekomstige locaties afgestemd met de netbeheerder. Op basis van een netcheck wordt er gekeken of het bestaande elektriciteitsnet voldoende capaciteit heeft voor toekomstige uitbreidingen. Laadpalen en laadpleinen worden ingetekend op locaties binnen 25 meter van het elektriciteitsnet van Liander (laagspanningsnet). Dit in verband met de meerkosten voor kabels die langer dan 25 meter zijn en de impact op de openbare ruimte bij de aansluit werkzaamheden. Indien er tijdens groot onderhoud straat en/of grond werkzaamheden plaats vinden wordt waar mogelijk de benodigde (toekomstige) bekabeling al aangelegd. Dit kan in de vorm van mantelbuizen wanneer er wegoversteken nodig zijn, nieuwe aansluitkabels bij directe plaatsingen van laadpalen of netuitbreiding wanneer het bestaande elektriciteitsnet niet voldoende capaciteit heeft voor de toekomstige laadpalen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6
Artikel 3.6.1
Eisen laadinfrastructuur groot onderhoud gebieden
Onderdeel van Plaatsingsregels Almere 2023