Investeren in een positieve opvoeding, succesvolle schoolloopbaan en brede ontwikkeling van kinderen en jeugdigen is het fundament van welzijn, economische zelfstandigheid en meedoen aan de samenleving. Daarnaast dragen ook algemene jeugdvoorzieningen zoals de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, scholen, sportclubs, buurthuizen, jeugdcoaches en vrijwilligers van verenigingen bij aan een positief opgroei- en opvoedklimaat. Als de basis op orde is, is er over het algemeen minder jeugdhulp nodig. Dit is ook de grondgedachte van de Jeugdwet, die gebaseerd is op de visie op de pedagogische civil society waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de school, de voor- en naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen.
Taken van gemeenten
In de Jeugdwet staan de taken van gemeenten opgesomd. De gemeenten moeten onder andere:
jeugdhulpaanbieders van goede kwaliteit aanbieden;
een beleidsplan voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg opstellen;
voorzieningen op het gebied van jeugdhulp treffen;
jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering aanbieden;
maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling nemen;
de samenwerking met andere sectoren zoals zorg, onderwijs, politie en justitie zoeken;
vertrouwenspersonen aanwijzen voor jeugdigen en (pleeg)ouders die te maken hebben met jeugdhulpverlening.
Jeugdhulp
Uit het Jaarrapport Jeugdmonitor CBS 2017 blijkt dat Nederlandse kinderen tot de gelukkigste ter wereld behoren, ze zijn blij met hun vrienden en vriendinnen, en zijn zowel psychisch als lichamelijk meestal gezond. Echter, niet met ieder kind of iedere jongere in Nederland gaat het goed. Niet alle kinderen krijgen alle kansen om mee te doen. Er kunnen korte of lange tijd problemen zijn in de opvoeding, waarin situaties van onveiligheid ontstaan of er kan sprake zijn van gedragsproblemen, psychische stoornissen of verstandelijke beperkingen. Jeugdigen tot 18 jaar en hun ouders kunnen dan een beroep doen op Jeugdhulp.
De gemeente is verantwoordelijk voor de volgende soorten jeugdhulp:
Zorg- en hulp bij opvoedproblemen
Geestelijke gezondheidszorg
Zorg bij lichte lichamelijk beperking
Zorg bij lichte verstandelijke beperking
Vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden
Kinderbescherming en jeugdreclassering
Gesloten jeugdzorg
Indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft en de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, treft het college ten behoeve van de jeugdige woonachtig in de gemeente een voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. Voor de vier Kempengemeenten geldt dat de colleges deze bevoegdheid hebben overgedragen aan Samenwerking Kempengemeenten.
Het college heeft op grond van de Jeugdwet een jeugdhulpplicht. Deze houdt kort gezegd in dat de gemeente een voorziening moet treffen als de jeugdige of ouders dit nodig hebben bij problemen met het opgroeien, de zelfredzaamheid of deelname aan de maatschappij. De jeugdhulpplicht is erg ruim geformuleerd. Het is uiteindelijk aan de gemeente zelf om te bepalen hoe invulling wordt gegeven aan de jeugdhulpplicht. De jeugdhulpplicht kent verschillende aspecten die bijzondere aandacht verdienen: de plicht geldt voor een jeugdige of ouder die jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei -en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. De jeugdhulpplicht geldt slechts voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. De eigen kracht van de jeugdige en zijn ouders staat voorop. Pas als zij er zelf niet uitkomen en ook het sociaal netwerk geen of onvoldoende oplossing biedt, moet het college hulp bieden.
Transformatiedoelen
De Jeugdwet, op basis waarvan de jeugdhulp wordt uitgevoerd, heeft drie transformatie doelen uitgezet die de rol van de jeugdhulp bepalen in het bereiken van een stabiele situatie voor jeugdigen en gezinnen. Dit zijn:
Transformatiedoel 1:
De juiste hulp op maat. Het eerste transformatiedoel gaat over preventie, uitgaan van eigen mogelijkheden, de-medicalisering, ontzorgen en normaliseren en eerder de juiste hulp op maat, waardoor het beroep op dure gespecialiseerde hulp vermindert.
Transformatiedoel 2:
In de oude situatie werden kinderen, jeugdigen en hun ouders niet altijd goed geholpen. De jeugdhulp was versnipperd: ouders en kinderen ‘verdwaalden’ in het systeem, zeker als ze meerdere problemen hadden waardoor ze met verschillende vormen van hulp te maken kregen, met elk een eigen financier en wettelijk kader. Met de nieuwe wet is er één kader, één financieringssysteem en is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdhulp. Jeugdhulp wordt daardoor efficiënter en effectiever voor kinderen, jeugdigen en hun ouders.
Transformatiedoel 3:
Meer ruimte voor jeugdprofessionals. Jeugdprofessionals moeten meer ruimte krijgen om de juiste hulp te bieden b.v. door vermindering van regeldruk.
De Jeugdwet en preventie
Preventie vormt een belangrijk aspect van de jeugdhulp. Onder preventie verstaan we onder meer lichte opvoedondersteuning en pedagogische hulp (middels bijvoorbeeld trainingen), het aanwezig zijn op de vindplaatsen van jeugdigen zoals scholen en het inzetten van jeugdcoaches om zo vroegtijdig te kunnen signaleren. Zo zetten gemeenten via CJG+ preventieve maatregelen in wanneer ouders problemen ondervinden bij de opvoeding of de ontwikkeling van hun kind en ze deze niet zelf kunnen oplossen. De behoefte van ouders en jeugdigen alsmede het voorkomen van zwaardere vormen van zorg spelen hierbij een grote rol. Ook is hierbij de samenwerking met andere partijen zoals het onderwijs en de inzet van bijvoorbeeld jongerencoaches van belang. De verantwoordelijkheid om de eigen kracht en de mogelijkheden van het sociaal en familiaal netwerk te benutten ligt echter in de eerste plaats bij ouders en jeugdigen zelf.
Een goed voorbeeld van het inzetten van het sociale netwerk van een jeugdige is het IJslands preventiemodel. De essentie van dit model is het creëren van een gezonde omgeving waarin jeugdigen kunnen opgroeien. Deze omgeving bestaat uit vier domeinen: gezin, peergroep (vrienden en leeftijdsgenoten), vrije tijd en school. Initiatieven vanuit deze omgeving en samenwerking daarbinnen moeten leiden tot meer welbevinden onder jeugdigen en minder middelengebruik. Het Nederlands jeugdinstituut, het Trimbos- instituut en het ministerie van VWS willen onderzoeken of deze methode ook in ons land succesvol kan zijn. Daarvoor is een pilot gestart in zes gemeenten. De Kempengemeenten nemen gezamenlijk als één 'gemeente' deel aan deze pilot.
Uit transformatiedoel 1 blijkt dat de Jeugdwet mede voor ogen heeft om bij jeugdigen met een verhoogd risico op een ontwikkelingsachterstand of uitval (en eventueel hun ouders) de inzet van zwaardere vormen van jeugdhulp te voorkomen door middel van het inzetten van vroegtijdige hulp.
Hoofdstuk 2. Inleiding
Artikel 2.1 De jeugdwet
Artikel 2.1 De jeugdwet
Onderdeel van Verlenging Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp in de Kempen 2020-2024