De uitvoering van de Jeugdwet is in 2017, bijna drie jaar na invoering daarvan geëvalueerd. De evaluatie laat zien dat met de decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten een goede beweging in gang is gezet. De evaluatie laat ook zien dat het doel van Jeugdwet - het jeugdstelsel vereenvoudigen en het efficiënter en effectiever te maken, met het uiteindelijke doel het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van diens gezien en sociale omgeving- nog niet is gerealiseerd.
De hoofdconclusie van de evaluatie is dat de veranderingen sinds invoering van de Jeugdwet vooral te kenmerken zijn als transitie -de invoering van een nieuw systeem van jeugdhulp- en dat de gewenste transformatie -de inhoudelijke verandering en verbetering van de jeugdhulp- nog grotendeels vorm moet krijgen. Deze inhoudelijke verandering, deze transformatie is een veranderproces dat veel meer tijd nodig heeft.
De belangrijkste conclusies van de landelijke evaluatie:
Gezinnen die de hulp het hardste nodig hebben – bijvoorbeeld eenoudergezinnen en gezinnen met een laag inkomen – hebben grote moeite hun weg te vinden in de jeugdhulp.
Er is nog geen sprake van een verminderd beroep op gespecialiseerde jeugdhulp, ook is nog niet zichtbaar dat op grote schaal wordt ingezet op preventie.
Het belang van het kind – doen wat nodig is voor een ononderbroken ontwikkeling van het kind – staat nog te vaak niet voorop.
Meer gezinsgerichte opvang komt nog onvoldoende van de grond.
Te veel kinderen zitten thuis zonder een passend aanbod vanuit het onderwijs of de zorg.
Kwetsbare jeugdigen die 18 worden, hebben nog steeds veel problemen bij het regelen van wonen, school, werk en zorg.
Jeugdprofessionals hebben nog onvoldoende de ruimte om hun werk goed te doen.
Op veel plaatsen in het land zijn gemeenten samen met aanbieders vernieuwende initiatieven gestart.
Een goede verbinding met andere domeinen, zoals het onderwijs, schuldhulpverlening of de Wmo en bij de overgang naar volwassenheid (18-/18+) komt nog onvoldoende van de grond.
Een gebrek aan geld is het meest genoemde knelpunt.
Jeugdhulpaanbieders hebben zorgen over de kwaliteit van lokale teams, de regels rond aanbesteden en administratieve lasten.
Wachttijden en wachtlijsten bij specialistische aanbieders worden als belangrijk knelpunt genoemd.
Het lukt lokale teams in de praktijk minder goed om op tijd kinderen, jeugdigen of gezinnen met complexe problemen en met een verhoogd risico op onveiligheid te signaleren en op te pakken.
Deze conclusies hebben geleid tot het landelijke actieprogramma “ Zorg voor de Jeugd”. Het doel van dit programma is de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering merkbaar en meetbaar beter te maken voor kinderen, jeugdigen en gezinnen, zodat ze op tijd passende hulp ontvangen. Daarom moeten kinderen, jeugdigen en gezinnen beter ondersteund worden tijdens de levensloop van het kind (thuis, uitwonend, op school en bij 18 jaar) én moeten we investeren in het vakmanschap van jeugdprofessionals.
Om het voorgaande te realiseren zijn in het actieprogramma “Zorg voor de jeugd” zes actielijnen uitgezet:
Betere toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen.
Meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien.
Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen.
Kwetsbare jeugdigen beter op weg helpen zelfstandig te worden.
Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt.
Investeren in vakmanschap jeugdprofessionals.
Hoofdstuk 3. Van de Jeugdwet naar de uitvoering van de jeugdhulp in de praktijk.
Artikel 3.1 De landelijke evaluatie van de uitvoering van de Jeugdwet
Artikel 3.1 De landelijke evaluatie van de uitvoering van de Jeugdwet
Onderdeel van Verlenging Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp in de Kempen 2020-2024