Naar hoofdinhoud
6.. Bij het aansteken van het vuur mag geen gebruik gemaakt worden van aanmaak stoffen zoals afgewerkte olie, benzine, petroleum, autobanden en dergelijke. Wel toegestaan zijn schoon onbehandeld hout en papier. Het aansteken met een gasbrander is een bruikbaar alternatief; 7.. Het vuur mag niet met bladeren, houtwol, hooi, stro of dergelijke gemakkelijk opstijgende brandstof worden onderhouden; 8.. Er mag geen besmettelijk ziek hout afkomstig van andere percelen worden toegevoegd; 9.. Tijdens het stoken dient naast de aanvrager een toezichthoudend persoon aanwezig te zijn van 18 jaar of ouder. Deze dient tijdens de verbranding voortdurend ter plaatse aanwezig te zijn en zorg te dragen voor een goed brandend vuur, zodat geen vonken opstijgen en zo min mogelijk rookontwikkeling optreedt; 10.. De aanvrager dient een afschrift van de voorschriften van de stookontheffing bij zich te hebben; 11.. De brandstapel dient stabiel te worden opgebouwd, dat wil zeggen: op een dusdanige manier dat tijdens het verbranden van het hout de stapel niet naar buiten toe uiteen kan vallen; 12.. Aan het vuur mag geen ander afval of ander materiaal dan waarvoor ontheffing is verleend worden toegevoegd; 13.. Op de ondergrond van de brandplaats moet een bodembeschermende voorziening, als een betonplaat of een zandbed worden aangebracht; 14.. De asresten van de stookplaats moeten binnen 48 uur na verbranding worden verwijderd. 15.. Aanwezige omstanders (publiek, stoker toezichthoudend persoon et cetera) moeten bovenwinds staan, zodat zij niet in de rook of in het vliegvuur staan; 16.. Nabij de stooklocatie moet te allen tijde een brandblusvoorziening bijvoorbeeld in de vorm van voldoende water aanwezig zijn om een beginnende ongewenste secundaire brand te kunnen blussen.

Rechtspraak bij dit artikel