Een tegemoetkoming voor werkgevers bij het in dienst nemen van een inwoner die als gevolg van een arbeidsbeperking minder productief is ten opzichte van een medewerker zonder beperking.
Het college kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. Het gaat dan om inwoners, die in het doelgroepenregister voor de banenafspraak staan, omdat UWV dat heeft bepaald, of omdat het college via de zgn. praktijkroute heeft vastgesteld, dat ze dit minimumloon niet kunnen verdienen.
Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.
De wettelijke loonkostensubsidie kan aangevraagd worden door de werkgever of de inwoner die tot de doelgroep behoort.
Het administratieve proces van de wettelijke loonkostensubsidie is als volgt:
Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d PW, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die van plan is om de inwoner die tot de doelgroep behoort in dienst te nemen. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel van toepassing.
Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de inwoner, aan de werkgever en de inwoner.
Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een inwoner betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de inwoner behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, PW.
Als de aanvraag, zoals genoemd onder c. is gedaan na het begin van het dienstverband dan wordt de vaststelling of de inwoner behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute.
Het college stelt binnen 5 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d. lid 5 PW.
Het college gebruikt het preferente werkproces voor het verstrekken van de loonkostensubsidie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.11
Wettelijke loonkostensubsidie
Onderdeel van Verordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hoeksche Waard