In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf;
eigenaar: degene die het recht van eigendom, erfpacht, opstal, of vruchtgebruik heeft.
commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet;
gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid;
gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18;
gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid;
gemeentelijk erfgoedregister: een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register met aangewezen cultureel erfgoed;
gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
instandhouding: periodieke werkzaamheden aan een gedeeltelijk in goede, matige staat verkerend gemeentelijk monument, welke werkzaamheden door het college als zodanig worden aangemerkt en dienen om het beschermd gemeentelijk monument als zodanig in stand te houden;
instandhoudingskosten: kosten die noodzakelijk zijn voor het herstellen en/of in stand houden van een gemeentelijk monument of rijksmonument. Hieronder zijn niet begrepen kosten die uitsluitend dan wel in overwegende mate worden gemaakt voor verbetering van het wooncomfort;
kosten vanwege cultuurhistorisch belang: onderzoekskosten om de cultuurhistorische waarde te kunnen bepalen met als doel een waardebepaling en opname in het gemeentelijk erfgoedregister, of kosten voor het verbinden van mensen en het geven van onderwijs met betrekking tot monumenten en daarbij de waardering op te brengen voor ons cultureel erfgoed binnen de gemeente;
minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht;
projecten: projecten en activiteiten gericht op publieksbereik en overbrengen van kennis op het gebied van monumenten, erfgoed en cultuurhistorie.
rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister;
rijksmonumenten, niet zijnde een woning, boerderij of kerk: de rijksmonumenten waarop deze verordening betrekking heeft, zoals klokkenstoelen, molens en bruggen.
rijksmonumentenregister: register als bedoeld in artikel 3.3, van de Erfgoedwet;
subsidiabele kosten: instandhoudingkosten, verbeteringskosten en kosten vanwege cultuurhistorisch belang waarvoor een subsidie mogelijk is;
subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies, krachtens een besluit van de gemeenteraad.
verbeteringskosten: kosten voor het verwijderen van die onderdelen van een gemeentelijk monument die in negatieve zin bijdragen aan de monumentale waarden van het gemeentelijk monument.