Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en vervoers- of woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2023

Het Pgb voor een materiële maatwerkvoorziening wordt zo vastgesteld dat de aanvrager daarmee een maatwerkvoorziening kan kopen die gelijkwaardig is aan een voorziening in natura. Tenzij in dit Besluit anders is aangegeven, bedraagt het persoonsgebonden budget maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud, keuring en reparatie. Wanneer een goedkopere voorziening wordt aangeschaft, wordt het Pgb beperkt tot aankoopprijs van de gekochte voorziening. De uitbetaling van het persoonsgebonden budget vindt plaats nadat de voorziening is geleverd of de aanpassing is uitgevoerd en de factuur is aangeboden aan de gemeente. De betaling vindt rechtstreeks plaats aan de leverancier van de voorziening. In afwijking van het derde lid kan het college uit praktische overwegingen een bedrag rechtstreeks betalen aan de cliënt na ontvangst van door het college goedgekeurde rekeningen, bonnen en/of een begroting van de kosten en de factuur. Van de aanvrager wordt verwacht dat hij zorgvuldig met de voorziening omgaat en onnodige schade en slijtage voorkom. De aanvrager moet zelf zorg dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan. Een voorziening die de aanvrager met een persoonsgebonden budget heeft aangeschaft, moet worden ingeleverd bij - of terugbetaald aan de gemeente, als er tussentijds geen recht meer op bestaat. Een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden budget kan, zodra deze voorziening niet meer gebruikt wordt, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, door het college worden opgehaald en voor herverstrekking beschikbaar worden gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel