Aan de subsidieverlening zijn de volgende verplichtingen verbonden:
de activiteiten dienen binnen twee jaar na de datum waarop de subsidie is verleend volledig te zijn uitgevoerd, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn is gesteld. Deze termijn kan door het college op verzoek van de aanvrager worden verlengd, indien de aanvrager binnen de hiervoor bedoelde termijn van twee jaar een verzoek heeft ingediend, voorzien van een motivering. De activiteiten dienen in ieder geval uiterlijk op 31 december 2028, de datum waarop de regeling eindigt, te zijn uitgevoerd;
een woningcorporatie administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten bedoeld in artikel 5, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie;
de subsidieontvanger mag de afsluiting van de gasaansluiting niet ongedaan maken;
een door de gemeente aangestelde inspecteur moet in de gelegenheid worden gesteld de uitgevoerde activiteiten ter plaatse te inspecteren.
voor zover vereist, dienen voor de subsidiabele activiteiten, de nodige vergunningen te zijn verleend;
indien het een gehuurd pand betreft, dient de verhuurder te borgen dat het voor huurders niet mogelijk is om de woning in de toekomst van aardgas te voorzien.
Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in lid a en lid b genoemde verplichtingen.