Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verplichting tot waterberging

Onderdeel van Hemelwaterverordening gemeente Halderberge

1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen vanaf percelen niet geloosd mag worden op een gemeentelijke rioolvoorziening, tenzij een waterberging is aangebracht. 2. De verplichting tot waterberging geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (uitbreiding) en ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied (inbreiding). Hierbij vormt het totale toekomstige verhard oppervlak de basis voor de verplichting tot waterberging. 3. Voor de waterberging gelden de volgende eisen: a. Onderscheid maatregelen Oppervlak Nieuwe ruimtelijke ontwikkeling (uitbreiding) Ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied (inbreiding) <500 m2 60 mm bergen in het werkgebied. Gescheiden aanleveren en 20 mm bergen op eigen terrein. >500 m2 60 mm bergen op openbaar terrein + 20 mm bergen op eigen terrein. Geen openbaar terrein = 80 mm bergen op eigen terrein. 60 mm bergen op openbaar terrein + 20 mm bergen op eigen terrein. Geen openbaar terrein = 80 mm bergen op eigen terrein. b. De bergingseisen zijn van toepassing op het werkgebied als geheel (particulier en openbaar terrein). De voorkeur gaat uit naar een centrale voorziening in openbaar terrein; c. De waterberging bevindt zich boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand; d. De waterberging wordt zo ontworpen dat deze binnen 48 uur weer volledig beschikbaar is; e. De waterberging wordt onderhouden en in stand gehouden. 4. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen in de waterberging kan via bovengrondse afstroming geloosd worden op een nader aan te wijzen openbare rioolvoorziening. 5. De verplichting tot waterberging geldt vanaf de dag na de bekendmaking van de gebiedsaanwijzing.

Rechtspraak bij dit artikel