In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
- historisch onderzoek: onderzoek naar het ontstaan- of aanleg, de veranderingens- en gebruiksgeschiedenis, de gaafheid en conservering, de betekenis en de waarden van gebieden, structuren, gebouwen en objecten, in hun ruimtelijke samenhang, aan de hand van de aanleg, vorm, constructies, gebruikte materialen en afwerking. Het onderzoek brengt in kaart hoe de oorspronkelijke situatie was, welke veranderingen er in de loop der tijd zijn aangebracht, en het beschrijft de bestaande situatie als uitkomst van die eerdere processen, alsmede de huidige cultuurhistorische waardestelling. De onderzoeken zijn te onderscheiden in cultuurhistorisch-, archeologisch-, bouwhistorisch-, architectuur- en tuin-historisch onderzoek. Bovendien te onderscheiden in gradaties: verkennend, inventariserend en gedetailleerd onderzoek.
- gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid;
- gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18;
- gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid;
- gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
- minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.