Naar hoofdinhoud
1.. Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit doet de burgemeester, na overleg met de integriteitsdriehoek, aangifte bij de politie. 2.. Vanaf het moment dat er vermoeden is van een strafbaar feit wordt alle beschikbare informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. 3.. Indien sprake is van aangifte doet de burgemeester, na zorgvuldige afweging van belangen, al dan niet melding van het feit dat aangifte is gedaan aan de raad. Over de inhoud van de aangifte doet de burgemeester geen mededelingen; communicatie over de aangifte en het vervolg verloopt via politie en/of justitie. 4.. Het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek naar een strafbaar feit laat onverlet dat de burgemeester een onderzoek, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2, stap 3, kan instellen of een civielrechtelijke procedure tegen de betrokken politieke ambtsdrager kan instellen.

Rechtspraak bij dit artikel