Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de commissies 2023

1.. Bij de benoeming of aanwijzing van nieuwe leden stelt de raad op voordracht van de voorzitter een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. 2.. De commissie wijst haar eigen voorzitter aan en onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde leden. 3.. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4.. De commissie brengt na het onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 5.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.. In geval van een (tussentijdse) vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad of een door de fractie voorgedragen commissielid op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel