**1..** Het college legt een maatregel op in de volgende gevallen:
als belanghebbende verplichtingen uit de wet niet nakomt als bedoeld in de artikel 18, lid 2 en lid 4 van de Participatiewet, artikel 9a lid 12 van de Participatiewet, artikel 38 lid 12 van de IOAW, artikel 20 lid 2 van de IOAW, of artikel 20 lid 1 van de IOAZ, artikel 38 lid 12 van de IOAZ dan wel;
als belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond voor de voorziening in de kosten van het bestaan dan wel;
als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de wet.
**2..** Het opleggen van de maatregel is gebaseerd op het handelen of nalaten van belanghebbende en wordt ten uitvoer gelegd op de norm zoals die geldt voor de belanghebbende(n) en/of de bijzondere bijstand die wordt verleend met toepassing van artikel 12 Participatiewet.
**3..** Het college stemt de maatregel af op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende.