De definities van artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn overeenkomstig van toepassing op deze beleidsregel.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
aanvrager:de (rechts)persoon die de vergunning aanvraagt, of de subsidieontvanger, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces, de (rechts)persoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de beoogd verkrijger van de erfpacht waarvoor toestemming is gevraagd, of de (rechts)persoon met wie een vastgoedtransactie wordt of is aangegaan;
APV: Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Aalsmeer;
besluit/beschikking: een besluit/beschikking ter zake van een subsidie, alsmede een beschikking ter zake van een vergunning, toekenning, erkenning of ontheffing, waarop de Wet Bibob kan worden toegepast;
betrokkene: de aanvrager, de houder van een beschikking/vergunning, het zakelijk samenwerkingsverband, de onderaannemer, leidinggevende of bestuurder, vermogensverschaffer, zeggenschap hebbende of aandeelhouder, vennoot, gemachtigde, gevolmachtigde of maat. Dit kunnen natuurlijke personen of rechtspersonen zijn;
bestuursorgaan: de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders (hierna: college van B&W), dan wel het bevoegd gezag in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, zie ook hieronder);
Bibob-toets: een toets aan de Wet Bibob door het bestuursorgaan en/of het Bureau;
Bibob-vragenformulier: vragenformulieren waarin vragen als bedoeld in artikel 7a van de wet zijn opgenomen;
eigen onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag om beschikking of het beoordelen van een reeds verleende beschikking, een transactie of een overheidsopdracht;
gemeente: de burgemeester onderscheidenlijk het college van B&W alsmede degenen aan wie zij een mandaat hebben verleend tot besluitvorming bij beschikkingen en transacties van de gemeente;
het Bureau: het landelijk Bureau tot bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob;
integriteitsverklaring: voorafgaande aan een vastgoed-/grondtransactie dient de aanvrager een integriteitsverklaring in te vullen en te ondertekenen waarin hij verklaart of en zo ja welke integriteitsschendingen afgelopen 5 jaar zich hebben voorgedaan;
overheidsopdracht: een opdracht als beschreven in artikel 1 van de Wet Bibob en
waarop de Wet Bibob kan worden toegepast;
de Wet Bibob: de Wet tot bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
partij: de natuurlijke of rechtspersoon die inschrijver of gegadigde is bij een openbare bieding;
RIEC: het Regionale Informatie- en Expertisecentrum Amsterdam-Amstelland (RIEC-AA) is een regionaal samenwerkingsverband die de samenwerkende partners (waaronder gemeenten) ondersteunt in hun strijd tegen georganiseerde criminaliteit.
semioverheid:organisaties die ‘dicht tegen de overheid aan zitten’. Deze organisaties hebben wettelijke taken, dienen een uitgesproken publiek belang en worden gefinancierd door de overheid;
subsidiariteit- en proportionaliteitsbeginsel: de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit zijn belangrijke uitgangspunten van de Wet Bibob. De gemeente dient eerst te onderzoeken of bestaande weigerings- c.q. intrekkingsgronden mogelijkheden bieden om een vergunning al dan niet te weigeren of in te trekken;
transactie: een overeenkomst of een andere rechtshandeling, waarbij de gemeente civiele partij is met betrekking tot een onroerende zaak;
vastgoed-/grondtransactie: een overeenkomst (inclusief een voornemen daartoe bv. bij een anterieure/pré-contractuele overeenkomst) of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak;
wabo-aanvraag: de aanvraag van een vergunning ingevolge artikel 2.1, eerste lid onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Wabo komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet te vervallen. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, zal het respectievelijke wetsartikel uit de Omgevingswet (5.1) gaan gelden in het Bibob-proces;
zakelijk samenwerkingsverband: zoals bijvoorbeeld de compagnon, bedrijfsleider, leidinggevende, beheerder van de onderneming, echtgenoten in gemeenschap van goederen, andere bedrijven in het concern (zoals moeder-/dochterbedrijven), de feitelijk leidinggevende, de vermogensverstrekker, de huurder/verhuurder, of de persoon die gelijk gesteld kan worden aan de aanvrager. Hieronder kunnen ook niet-actuele (ofwel verbroken) relaties vallen.
Hoofdstuk 2
Artikel 1