Het aanvraagproces voor KDV+ en BSO+ verloopt als volgt:
Ouders schrijven hun kind in via de reguliere intakeprocedure bij het KDV+ of de BSO+/ Buitenpret.
Buitenpret informeert ouders over de aanvraag om Kinderopvangtoeslag.
Het KDV+ / de BSO+, Buitenpret overlegt met de toegang van het sociaal team of er sprake is van kind problematiek met een extra ondersteuningsbehoefte.
In geval van kind problematiek nemen de ouders contact op met de toegang van het sociaal team van de gemeente Buren om een aanvraag voor BSO+ of KDV + in te dienen.
De toegang zorgt dat de aanvraag in de werkvoorraad van een jeugdconsulent van de gemeente Buren terecht komt..
De jeugdconsulent beoordeelt de vraag op basis van de beschikbare gegevens.
Bij een positieve beoordeling wordt een indicatie afgegeven voor KDV+ of BSO+. Tevens wordt onderzocht of er al een indicatie aanwezig is en of deze al dan niet aangepast moet worden.
Een negatieve beoordeling kan als reden hebben dat er geen extra (specifieke) begeleiding nodig is, dat er andere begeleiding of meer dan extra begeleiding nodig is voor het kind. De dan in te zetten zorg wordt besproken met de ouders.
De ouders ontvangen een beschikking over de in te zetten zorg in de vorm van KDV+ of BSO+ en of eventuele andere benodigde zorg en het sociaal team verzoekt de ouders toestemming te geven deze informatie te delen met de kinderopvangorganisatie/ Buitenpret. Daarbij wordt rekening gehouden met de bepalingen uit de Jeugdwet over gegevensdeling.
De kinderopvangorganisatie/ Buitenpret draagt zorg voor de gevraagde extra ondersteuning.
De kinderopvangorganisatie declareert de geïndiceerde geleverde zorg BSO+ maandelijks via het berichtenverkeer bij de gemeente Buren.
De productcode die gehanteerd wordt is 45A60 begeleiding groep BSO+.
De begeleiding KDV+ wordt betaald uit Onderwijsachterstandsmiddelen. Ook deze kosten worden gedeclareerd via het berichtenverkeer. De code die gehanteerd wordt is 45A05.
Buitenpret/ de kinderopvangorganisatie is alert op signalen die wijzen op bijkomende problematiek en raadplegen, indien nodig, een gedragswetenschapper of het sociaal team van de gemeente Buren.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.