Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Financiële verordening 2023

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per taakveld. 2.. Burgemeester en wethouders voegen bij de Kadernota en de Begroting een lijst van nieuw beleid groter dan € 12.500 waarbij wordt aangegeven voor welke autorisatie een raadsvoorstel richting de raad komt. Met betrekking tot bestaand beleid ontvangt de raad bij de Kadernota een overzicht voor welke onderdelen en wanneer een raadsvoorstel verwacht kan worden. 3.. Burgemeester en wethouders informeren de raad per omgaande als zij verwachten, dat de lasten van een taakveld de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigt te overschrijden, of de baten van een taakveld de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden met meer dan € 50.000. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het taakveld, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 4.. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6b, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 5.. Voor het tussentijds wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en voor het tussentijds wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten handelen burgemeester en wethouders conform de richtlijnen uit bijlage 1 van deze verordening. 6.. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 100.000 informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 7.. Als uit artikel 5, vijfde lid blijkt dat voor het tussentijds wijzigen van de begroting een raadsbesluit nodig is, dan wordt dit op voorstel van burgemeester en wethouders aan de raad voorgelegd. Hierbij gelden de volgende richtlijnen: Uit het raadsbesluit moet minimaal blijken: dat het om een wijziging van de begroting gaat; om welke bedragen het gaat; wat de structurele doorwerking van de wijziging is; wat de bijbehorende dekking is; de financiële toelichting in het raadsvoorstel geeft inzicht in de financiële mutaties op minimaal programmaniveau; er wordt geen fysieke begrotingswijziging meegestuurd bij een raadsvoorstel; administratieve en technische begrotingswijzigingen worden op ambtelijk niveau doorgevoerd; de administratie wordt zo ingericht dat er altijd een specificatie kan worden verstrekt van de doorgevoerde begrotingswijzigingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel