Naar hoofdinhoud
1.. Indien sprake is van een uit een gebiedsaanwijzing voortvloeiend verbod ten behoeve van een situatie als bedoeld in artikel 3 lid 1, heeft de eigenaar van een perceel de verplichting om het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hij heeft daarbij de vrije keuze tussen de toe te passen voorzieningen, waarbij het volgende geldt: De te realiseren hemelwaterberging heeft ten minste een capaciteit van 60 liter per m² bebouwd oppervlak. De te realiseren hemelwaterberging loost maximaal 1 liter per m² bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool en is na 60 uur leeg 2.. Indien de gekozen voorziening zoals bedoeld in lid 1 een hemelwaterberging met hergebruiksysteem betreft, geldt het volgende. De voorziening: Heeft ten minste een capaciteit van 90 liter per m² bebouwd oppervlak; Loost maximaal 1 liter per m² bebouwd oppervlak en per uur op een openbaar riool; Is na 60 uur voor ten minste 33% leeg en na 14 dagen voor ten minste 66%; 3.. Indien de gekozen voorziening zoals bedoeld in lid 1 een hemelwaterberging met een centraal besturingssysteem betreft, geldt alleen het vereiste uit het eerste lid, onder a. 4.. Het geborgen hemelwater wordt in de ondergrond geïnfiltreerd. Als dat niet of maar deels mogelijk is, kan op het oppervlaktewater worden geloosd en als dit ook niet kan op de openbare ruimte. 5.. De voorzieningen als bedoeld in lid 1 dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuwe bouwwerk gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand gehouden worden door de eigenaar van het perceel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel