Naar hoofdinhoud
Algemeen In veel monumenten is nog een gasgestookte CV ketel aanwezig. Met de energietransitie heeft de wens om ook monumenten zonder gebruik van gas te verwarmen een vlucht genomen. Het plaatsen van een warmtepomp ter vervanging of ter ondersteuning (hybride opstelling) van een CV ketel is dan een veelgemaakte keuze. In dit document geven we de uitgangspunten voor het plaatsen van een buitenunit voor een warmtepomp en de documenten die nodig zijn voor het aanvragen van een vergunning. Uitgangspunten1Warmtepompen produceren geluid en kunnen leiden tot geluidsoverlast bij eigenaar of omwonenden. De geluidsnormen voor de warmtepomp dienen te voldoen aan de regels uit het Bouwbesluit. Voor meer informatie kijk op: https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/bouwbesluit-2012/geluidwarmtepomp-airco/. De volgende locaties voor een warmtepomp zijn in principe mogelijk, waarbij de eerstgenoemde locaties het meest wenselijk zijn. Eerst moeten de meest wenselijke opties worden onderzocht. Als deze niet mogelijk zijn, dan kunnen de andere locaties worden onderzocht. In de achtertuin. In een andere tuin uit het zicht. In een bijgebouw aan de achterzijde. Op een bijgebouw aan de achterzijde. Op het dak van een aanbouw aan de achterzijde in een omkasting. Aan de achtergevel ter hoogte van de begane grond in een omkasting. Op een plat dak uit het zicht in een omkasting. In een dakgoot die niet zichtbaar is en waar onderhoud mogelijk blijft. In een dakkapel, dakopbouw of schoorsteen of achter een rooster op het dak. Afbeelding 1 en 2 tonen een aantal van bovenstaande opties. Het is niet toegestaan om warmtepompen te plaatsen op de volgende locaties: Op een plek zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Hangend aan de gevel van het monument. Staand tegen een gevel van het monument voor een gevelopening. Op een dakkapel. Op een dak, goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Afbeelding 3 en 4 tonen een aantal van bovenstaande opties. Warmtepompen die op een dak worden geplaatst of warmtepompen die zichtbaar zijn, bijvoorbeeld vanuit de openbare ruimte, moeten worden uitgevoerd in een donkere en doffe omkasting. De kleur van de omkasting moet worden afgestemd op de achterliggende gevel of op de kleur van de dakbedekking bij plaatsing op een plat dak. Alle overige warmtepompen die buiten worden geplaatst moeten zelf in een donkere doffe kleur worden uitgevoerd. Leidingwerk behorende bij de warmtepomp mag niet op de gevel worden gemonteerd, maar moet binnendoor worden versleept. Het historische interieur mag hierbij niet worden verstoord of beschadigd raken. Binnenunits en buffervaten behorende bij warmtepompen moeten zorgvuldig te worden ingepast in het interieur van het monument. Het historische interieur mag niet worden verstoord of beschadigd raken. Aanvraag vergunning Bij een aanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig: Foto van de gevel of een geveltekening van de locatie waar de unit wordt geplaatst, in de bestaande en nieuwe situatie. Foto’s van het interieur van de locatie waar leidingen, binnenunits en buffervaten worden geplaatst. Detailtekeningen van de wijze van bevestigen van de buitenunit indien deze op of aan het monument wordt vastgemaakt. Een beknopte werkomschrijving waarin staat welke ingrepen worden uitgevoerd en met welke materialen, technieken en afwerkingen (zoals het materiaal en de kleur van de omkasting). Een constructieberekening als de constructie versterkt moet worden voor het plaatsen van de buitenunit, binnenunit of het buffervat. Vanwege trillingen kunnen veel binnenunits niet zomaar op een houten vloer worden geplaatst. Afbeelding 9 Locaties waar een buitenunit van een warmtepomp mogelijk is. Afbeelding 10 Locaties waar een buitenunit van een warmtepomp mogelijk is. Afbeelding 11 Locaties waar een buitenunit van een warmtepomp niet mogelijk is. Afbeelding 12 Locaties waar een buitenunit van een warmtepomp niet mogelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel