**1..** Als de schulddienstverlening is beëindigd met toepassing van artikel 5, kan de verzoeker gedurende een periode worden geweigerd van schulddienstverlening.
**2..** De periode, als bedoeld in het vorige lid bedraagt:
6 maanden bij schending van artikel 4, tweede lid, onder a, b, c, d, e, f, g, h, i, j, en k;
1 jaar bij herhaaldelijke schending van de informatieplicht als genoemd in artikel 4, tweede lid, onder l;
3 jaar bij herhaaldelijke schending van de verplichting als genoemd in artikel 4, tweede lid, onder n;
3 jaar bij schending van de verplichting als genoemd in artikel 4, tweede lid onder m en o;
5 jaar vanaf de datum van aanvang van de strafrechtelijke veroordeling in geval van fraude als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet, met uitzondering van de eventuele verstrekking van informatie en advies.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onder c en d van dit artikel, kan het college op grond van specifieke omstandigheden een kortere periode hanteren dan is aangegeven in dit artikel.
** 4. .** Als de schulddienstverlening is beëindigd met toepassing van artikel 6, eerste lid, onder a, kan het college besluiten gedurende een periode van 2 jaar schulddienstverlening aan verzoeker te weigeren, met uitzondering van de eventuele verstrekking van informatie en advies. Er kan van de weigering worden afgezien als het hernieuwd verzoek verband houdt met wijzigingen in de situatie en verzoeker hiervan in redelijkheid geen verwijt kan worden gemaakt.