Het nummeren geschiedt als volgt:
De nummers worden straatsgewijs bepaald in oplopende reeksen van even en oneven getallen.
De even nummers worden aan de rechterzijde en de oneven nummers aan de linkerzijde van de straat aangebracht.
De rechter- en / of linkerzijde van de straat worden bepaald met inachtneming van de looprichting van de straat, bezien vanuit de binnenstad, of indien niet mogelijk, bezien vanuit een centrum van een wijk / buurt of bezien vanuit een hoofdverkeersweg.
In doodlopende straten wordt van het begin van de straat af, ongeacht de looprichting, rechts even en links oneven genummerd.
Ter bepaling van de nummering aan afzonderlijke pleinen wordt de richting daarvan vastgesteld als de loop van de wijzers van de klok en wordt doorlopend genummerd.
Een gebouw, welke gelegen is aan twee straten, wordt genummerd aan die straat, waaraan het begin van het toegangspad is gelegen en via de kortste weg naar de toegangsdeur loopt.
Gebouwen met toegangen aan verschillende wegen moeten worden genummerd aan de weg of straat, waar vandaan de kortste begaanbare route naar de (hoofd)toegang(en) is gelegen.
Voor ruimten tussen gebouwen, die in de toekomst mogelijk bebouwd worden, moet het maximaal te verwachten aantal (huis)nummers worden gereserveerd.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Algemene richtlijnen voor de wijze van nummeren
Onderdeel van Reglement naamgeving en nummering