Naar hoofdinhoud
1.. De raad mandateert op grond van 10:3 lid 1 Awb de volgende bevoegdheid aan de raadsgriffier: de beslissing op bezwaar op grond van artikel 7:24 Awb. 2.. Het mandaat is beperkt tot: (kennelijk) niet-ontvankelijk bezwaren in de zin van hoofdstuk 6 en 7 van de Awb en; ongegronde bezwaren in de zin van hoofdstuk 7 van de Awb. 3.. Het mandaat omvat zowel het nemen van een besluit (lid 1), als de ondertekening daarvan (art. 10:11 Awb). Bij de ondertekening moet worden vermeld dat het besluit namens de raad is genomen (art. 10:10 Awb). 4.. Het besluit voorziet niet in plaatsvervanging. Het is verleend aan de griffier als functionaris. Bij besluit aangewezen plaatsvervangers treden van rechtswege in de bevoegdheid van deze functionaris bij diens afwezigheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel