Naar hoofdinhoud

Artikel 19.

Eindverantwoording subsidies tussen € 30.000 en € 125.000

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg 2023

19.1. Indien de subsidieverlening € 30.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: bij een per kalenderjaar of voor meerdere kalenderjaren verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, waarvoor de subsidie is verleend bij overige subsidies, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten, tenzij anders is bepaald in de beschikking tot subsidieverlening. 19.2. Indien de subsidieontvanger van meerdere instanties subsidie ontvangt en deze een latere indieningsdatum van de verantwoording hanteren, mag de subsidieontvanger ook de datum van een hogere instantie hanteren voor het indienen van de verantwoording bij de gemeente. 19.3 . De aanvraag tot vaststelling bevat: een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en welke resultaten zijn bereikt en op welke wijze de activiteiten hebben bijgedragen aan de realisering van de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelstellingen; een jaarrekening, waarin tevens inzichtelijk wordt gemaakt of en zo ja welk vermogen is gevormd met de subsidie. voor subsidies met een projectmatig karakter kan het college afwijken van 19.3.2 en vragen om een financiële projectverantwoording dat bestaat uit een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. In de financiële projectverantwoording dient tevens inzichtelijk te worden gemaakt of en zo ja welk vermogen is gevormd met de subsidie. In aanvulling kan het college vragen om een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. informatie over de wijze waarop de aanvrager publiekelijk gecommuniceerd heeft over zijn werkzaamheden en de resultaten daarvan in relatie tot de verstrekte subsidie door tenminste een jaarverslag op de website te publiceren. 19.4 . Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd

Rechtspraak bij dit artikel