Een gesloten bodemenergiesysteem waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, dient te voldoen aan de volgende specifieke regels:
Het gesloten bodemenergiesysteem dient te worden uitgevoerd als een verticaal bodemenergiesysteem, bestaande uit één verticaal in de bodem aan te brengen boorgat met een bodemlus, tot een diepte van maximaal 225 m-mv.
Een boorgat met bodemlus dient op eigen woon/-bouwkavel in de bodem te worden aangebracht.
De afstand tot andere (naburige) bestaande en reeds vergunde boorgaten, die voorzien zijn van een bodemlus, dient te allen tijde groter dan of gelijk te zijn aan 7,5 m.
De jaarlijkse netto warmteonttrekking per meter bodemdiepte (kWh/m) dient te allen tijde kleiner of gelijk te zijn aan de voor het kavel toegewezen maximale jaarlijkse netto warmte-onttrekking per meter bodemdiepte. Zie hiervoor: "Maximale jaarlijkse netto warmtelevering per meter bodemdiepte" in Bijlage 2 van het bodemenergieplan Zeeheldenwijk fase 1.
Bij het ontwerp dient voor het bepalen van de minimaal benodigde diepte van de boorgaten en het aantal boorgaten rekening te worden gehouden met de temperatuurdaling die optreedt op de woon-/bouwkavel ten gevolge van interferentie. Zie hiervoor: “Temperatuurcorrectie door interferentie” in Bijlage 2 van het bodemenergieplan Zeeheldenwijk fase 1.
Ten behoeve van het ontwerp dient voor GBES een berekening voor een periode van minimaal 25 jaar te worden uitgevoerd. Bij deze berekening dient de temperatuurdaling door interferentie te worden meegenomen. Zie hiervoor paragraaf 4.2 “Locatie specifieke regels” van het bodemenergieplan Zeeheldenwijk fase 1. De resultaten van de berekening dienen als bijlage bij de indiening van de melding / vergunningaanvraag te worden toegevoegd.
Artikel 5
Specifeke regels voor vergunningaanvraag GBES
Onderdeel van Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen Zeeheldenwijk fase 1