1. De rekenkamer onderzoek de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het beleid van het
gemeentebestuur van de gemeente.
Artikel 10. Onderwerpselectie, opdrachtverlening en bevoegdheden
1. De rekenkamer bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de
onderzoeksopzet vast.
2. De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De
rekenkamer bericht de raad binnen twee maanden in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de
rekenkamer niet aan het verzoek voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.
3. De rekenkamer stelt jaarlijks een onderzoeksplan inclusief kostenraming vast en brengt dit ter kennis van de
raad.
4. Ook inwoners kunnen een verzoek indienen om onderzoek naar een bepaald onderwerp uit te laten voeren. De
rekenkamer bepaalt of het aangedragen onderwerp wordt onderzocht. Van het besluit van de rekenkamer
wordt de indiener op de hoogte gesteld.
5. De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek
volgens de door haar vastgesteld onderzoeksopzet.
6. De rekenkamer is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur de mondelinge en schriftelijke inlichtingen
In te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur zijn
verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamer gestelde termijn te verstrekken.
7. Tot de door de rekenkamer te onderzoeken onderwerpen behoren alle gemeentelijke taken. Verder kunnen
ook onderwerpen van onderzoek zijn, indien en voor zover de gemeente uit andere hoofde over deze
bevoegdheid beschikt:
a. door de gemeente gesubsidieerde instellingen, die voor minimaal 50% van hun begroting door de
gemeente worden gefinancierd, over de jaren dat dit het geval is;
b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de
gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat dit het
geval is;
c. openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke
regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling;
d. de rekenkamer is bevoegd mondeling en schriftelijk informatie in te winnen bij de onder a, b en c genoemde
organisaties.
8. De rekenkamer vergadert zo vaak als zij dat nodig acht.
9. De rekenkamer vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd
In artikel 5.1 van de Wet Open Overheid kan de rekenkamer rapporten die aan de raad worden voorgelegd of
gedeelten daarvan als geheim aanmerken.
10. Wanneer een lid verhinderd is voor een vergadering van de rekenkamer, kan hij zich niet door iemand anders
laten vervangen.
11. Om als rekenkamer besluiten te kunnen nemen dient minimaal de helft van het aantal leden aanwezig te zijn.
12. De rekenkamer kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.
13. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamer, met inachtneming van het beschikbare budget,
externe personen of bureaus inschakelen.
14. De rekenkamer stelt het college en betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen
termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de
rekenkamer kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van
onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.
15. De rekenkamer schrijft vervolgens een reactie op de zienswijze van het college en betrokkenen.
Beide bijdragen worden integraal in het onderzoeksrapport opgenomen.
16. Het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op
het rapport worden zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen,
aan de raad aangeboden.