Naar hoofdinhoud
1.. Aan het hoofd Werk en Inkomen wordt, voor zover het de bevoegdheden van het college V en de burgemeester V betreft, mandaat verleend ten aanzien van de bevoegdheden tot: Het uitvoeren van en het voorbereiden en nemen van besluiten bij of krachtens de volgende wetten en regels: de Participatiewet; het armoedebeleid en het minimabeleid van de gemeente Voorschoten; het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz); de wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); de re-integratie van uitkeringsgerechtigde en bij het UWV WERKbedrijf ingeschreven werkzoekenden; de Wet inburgering (Wi); de (Wet gemeentelijke) schuldhulpverlening; artikel 20 van de Wet op de lijkbezorging; de Wet kinderopvang; de Algemene wet bestuursrecht (Awb). het opstellen, indienen en ondertekenen van voorlopige verslagen over de uitvoering van de Participatiewet, Bbz, IOAW en IOAZ; het afgeven van verklaringen op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen; het nemen van besluiten tot aanmelding bij de sociale recherche. 2.. Aan het hoofd Werk en Inkomen wordt, voor zover het de in het eerste lid genoemde bevoegdheden betreft, in mandaat opgedragen de bevoegdheid tot het in rechte vertegenwoordigen van de gemeente V, het college V en de burgemeester V, en ook het ondersteunen van de vertegenwoordiging van de gemeente en de gemeentelijke bestuursorganen in gerechtelijke procedures, alsmede het nemen van besluiten inzake bestuursrechtelijke procedures, inclusief het opstellen en inzenden van verweerschriften en pleitnotities. 3.. Aan het hoofd Werk en Inkomen wordt, voor zover het bevoegdheden van het college betreft, in mandaat opgedragen de bevoegdheid tot het aanvragen van subsidies, bedoeld in artikel 4:21 van de Awb, namens de gemeente V, ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken. 4.. De bevoegdheden in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Awb. 5.. Aan het hoofd Bedrijfsvoering wordt, voor zover het de in het eerste lid genoemde bevoegdheden betreft, in mandaat opgedragen de bevoegdheid tot het vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de wegens niet-tijdig beschikken verbeurde dwangsom als bedoeld in artikel 4:17, lid 1, van de Awb. 6.. Aan het hoofd Bedrijfsvoering wordt, voor zover het de in het eerste lid genoemde bevoegdheden betreft, in mandaat opgedragen de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Awb. 7.. De bevoegdheid in het zesde lid, betreft niet de gevallen waar de vakafdeling aangeeft het advies van de commissie bezwaarschriften niet te willen volgen (contrair gaan).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel