De burgemeester (en ook het college) heeft in de aanpak en bestrijding van de (criminele) ondermijning in de loop der jaren een steeds pregnantere rol gekregen. De bestuurlijke interventiemogelijkheden zijn daarop steeds aangepast en het instrumentarium is ook meer en meer uitgebreid. Hoewel ook een groeiend aantal burgemeesters bezwaar maakt tegen deze roluitbreiding, is zij niettemin een feit. Ook met de toepassing van artikel 13b Opiumwet is de burgemeester goed in staat zijn rol in de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit adequaat uit te voeren. En dat niet zonder reden. In het in 2017 verschenen boek De achterkant van Nederland: hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken van Pieter Tops en jan Tromp wordt indringend duidelijk dat ook hierin tegenmacht is geboden. Helaas heeft het boek nog niets aan actualiteit ingeboet. In een recent verschenen bestuurskundig/ criminologisch onderzoek naar ondermijning in het Ommeland (een analyse van (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in negen Groningse gemeenten (verschenen in navolging van eenzelfde soort onderzoek in de gemeente Groningen), van Edward van der Torre en Pieter Tops, 2023) komen ook aspecten aan de orde die ook bruikbaar zijn voor de gemeente Pekela. Het rapport concludeert dat de Groningse top-3 wat betreft ondermijning in de stad hetzelfde is als in het Ommeland, namelijk hennepteelt, drugshandel en misstanden met vastgoed. Softdrugsproductie is in het Ommeland beduidend meer ondermijnend dan drugslabs (harddrugs). Ook is geconstateerd dat de drugshandel op een hoog niveau ligt in het gebeid. Deze criminele praktijken zijn ook in Pekela duidelijk waarneembaar en maken ook in onze gemeente gebruik van de bestaande gelegenheidsstructuren (situationeel, sociale en economische factoren).
Hoofdstuk 3.
Artikel d.
Invulling geven aan de eigen rol in de integrale aanpak tegen criminele ondermijning
Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Pekela 2023