**1..** In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de verkeersveiligheid, de gezondheid of de zedelijkheid, kan de burgemeester of een daartoe aangewezen politieambtenaar of een bijzonder opsporingsambtenaar aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet meer in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
**2..** Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester;
aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste een maand niet in een of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
aan de persoon, aan wie eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd, en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om zich gedurende ten hoogste zes maanden niet in een of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
**3..** Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
**4..** De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a en b genoemde verbod of de daarin genoemde termijn indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.