**1..** Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
**2..** Het verbod is niet van toepassing op:
speelautomatenhallen, waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen, vergunning is verleend;
speelgelegenheden, waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en
speelgelegenheden, waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c, van de Wet op de kansspelen, te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30, van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.
**3..** De burgemeester weigert de vergunning:
indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;
indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met bestemmingsplan dan wel omgevingsplan.
**4..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, weigert de burgemeester de vergunning indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. Met bedoelde verklaring omtrent gedrag wordt gelijkgesteld een verklaring afgegeven door een onafhankelijke instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie danwel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Ruimte, welke verklaring is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden die ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.
**5..** Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.