Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 10

Hoorzitting

Onderdeel van Regeling inzake de behandeling van bezwaarschriften

1 De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en burgemeester en wethouders in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2 De voorzitter beslist over de toepassing van de artikelen 7:3 en 7:17 van de wet. 3 Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde artikelen besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan: a de belanghebbenden; b burgemeester en wethouders. 4 Burgemeester en wethouders dienen vóór een door de commissie te bepalen tijdstip een pleitnotitie/verweerschrift in waarin zij hun standpunt ten aanzien van het ingediende bezwaarschrift gemotiveerd uiteenzetten.

Rechtspraak bij dit artikel