1 Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt
opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit
onderzoek houden.
2 De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
belanghebbenden toegezonden.
3 De leden van de commissie, burgemeester en wethouders en de
belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het
eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de
commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk
verzoek.
4 Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 16
Nader onderzoek
Onderdeel van Regeling inzake de behandeling van bezwaarschriften