Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.1

Informatievoorziening/verantwoording publiekrechtelijke verbonden partijen

Onderdeel van Nota Verbonden Partijen 2021

Een gemeenschappelijke regeling is op grond van de WGR verplicht de gemeenteraad te voorzien van de volgende stukken: Kadernota Deze dient voor 15 april van elk jaar aangeleverd te worden met daarin de belangrijkste financiële en beleidsmatige uitgangspunten voor het navolgende jaar. Door de gemeenteraad wordt specifieke aandacht geschonken aan de kadernota. Dit vanwege het feit dat dit een belangrijk inhoudelijk en financieel kaderstellend document is. De begroting is immers een uitwerking van deze kaders. Op grond van de WGR is er geen mogelijkheid om een zienswijze in te dienen bij de kadernota. Het wordt echter wenselijk geacht de kadernota rechtstreeks in de gemeenteraad te bespreken. Indien gewenst kan de raad de gemeentelijk vertegenwoordiger opdrachten meegeven die kunnen worden ingebracht in het bestuur van de verbonden partij. Begroting Deze dient voor 15 april van elk jaar aangeleverd te worden, waarbij de gemeenteraad een periode van zes weken krijgt om een zienswijze in te dienen. Alle participerende gemeenten in de GR hebben op grond van de WGR en de Gemeentewet het recht om het DB van de GR haar zienswijze mee te geven voordat de begroting voor het volgend jaar wordt vastgesteld. Het DB van de verbonden partij voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het AB wordt aangeboden. De begroting van de verbonden partijen zal worden voorzien van een raadsvoorstel, waarin wordt getoetst of: de begrotingen van de verbonden partijen (nog) overeenkomen met de gemeentelijke doelstellingen; de gemeentelijke bijdragen toenemen, anders dan door indexatie; het indienen van een zienswijze door de raad al dan niet wordt aanbevolen. Jaarstukken Deze dienen voor 15 april van elk jaar ter informatie aangeleverd te worden bij de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft geen bevoegdheid om een zienswijze in te dienen over de jaarrekening bij het Dagelijks Bestuur. Door middel van de jaarstukken leggen verbonden partijen jaarlijks verantwoording af over de realisatie van doelstellingen. De rechtmatigheid kan worden getoetst op basis van de jaarstukken inclusief een goedkeurende accountantsverklaring en het verslag van bevindingen van de accountant. In deze processen ziet het college er op toe dat de verbonden partij de wettelijke termijnen niet overschrijdt en dat de vorm en inhoud van de voormelde stukken conform afspraak zijn. Verantwoording rondom de doelmatigheid en doeltreffendheid kan worden getoetst door middel van het periodiek volgen of benchmarken van afspraken of door bijvoorbeeld een audit te laten uitvoeren op de kwaliteit van diensten, organisatie en kostenniveau. Ten aanzien van de verantwoording rondom doelmatigheid en doeltreffendheid wordt gepoogd zoveel mogelijk regionaal (met de overige gemeentelijke deelnemers) op te trekken. Het bestuursorgaan dat een lid in het bestuur heeft aangewezen, kan het lid ter verantwoording roepen voor het door hem/haar gevoerde bestuur. Wordt bijvoorbeeld in de gemeenschappelijke regeling in afwijking van het ‘eigen beleid’ besloten of draagt een lid het standpunt van het bestuursorgaan niet goed uit, dan kan het lid ter verantwoording worden geroepen. De basis hiervoor ligt in de Gemeentewet.

Rechtspraak bij dit artikel