Naar hoofdinhoud
1.. Voor de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen de in het tweede lid vermelde gemeenteambtenaren aan te wijzen jegens wie mede gelden de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet. 2.. De in het eerste lid bedoelde gemeenteambtenaren zijn: de gemeenteambtenaren belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet (heffingsambtenaar); de gemeenteambtenaren belast met de invordering van gemeentelijke belastingen, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet (invorderingsambtenaar); de gemeenteambtenaren belast met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, van de Gemeentewet ; de belastingdeurwaarders, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel