Naar hoofdinhoud
2.1 Aanvraag Een aanvraag voor het bekostigen van het leerlingenvervoer geldt voor de duur van één schooljaar. Een vergoeding kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd. 2.2 Afwijzingsgronden Tijdens de behandeling van de aanvraag onderzoekt het college of voldaan wordt aan de criteria opgenomen in de Verordening én deze beleidsregels. Het moet gaan om schoolvervoer. Dat betekent: vervoer van thuis naar school en andersom. In de volgende situaties is er geen sprake van leerlingenvervoer: Vervoer tijdens schoolvakanties; Vervoer op afwijkende schooltijden, bijvoorbeeld door lesuitval, schoolreisje, sportdag, proefwerkweek, studiedag; Vervoer voor incidentele verzoeken/wijzigingen; Vervoer tussen schoolgebouwen onderling; Vervoer naar deeltijd hoogbegaafdheidsondewijs, of les in een speciale klas voor hoogbegaafdheid; Vervoer tussen school en zwembad of gymnastieklokaal; Vervoer voor medisch of paramedische behandelingen/therapie zoals huisarts, tandarts, revalidatiecentrum, dagbehandeling, ziekenhuis e.d.; Vervoer naar logeerhuizen en dagcentrum; Vervoer vanwege een tijdelijke beperking (<3 maanden) zoals een gebroken been; Vervoer voor andere doeleinden dan schoolonderwijs, zoals vervoer naar huiswerkbegeleiding, remedial teaching, sportvereniging, e.d. Ouders zijn in dergelijke situatie zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind. 2.3 Toegankelijke school In de Verordening staat het begrip ‘toegankelijke school’. Dit is de school waarop de leerling is aangewezen op basis van gewenste godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel openbare school. En de school van de soort waarop de leerling is aangewezen op grond van zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Wanneer ouders van mening zijn dat de dichterbij gelegen school of scholen niet toegankelijk zijn, moeten ouders dit aantonen door een verklaring van die scholen, afgegeven door de directeur van de school of het samenwerkingsverband. Uit die verklaring moet blijken dat de betreffende leerling niet is toegelaten. 2.4 Wachtlijst Uitgangspunt is dat bekostiging plaatsvindt naar de eerstvolgende dichtstbijzijnde, toegankelijke school indien de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is vanwege een wachtlijst. Daarbij geldt de verplichting om de leerling uiterlijk op de datum dagtekening beschikking in te laten schrijven voor plaatsing op de dichtstbijzijnde, toegankelijke school. De toekenning vindt plaats tot het moment dat de wachtlijst is opgelost. Ouders zijn vervolgens vrij om het kind naar de school van keuze te laten gaan, maar de vervoersvergoeding wordt beperkt tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school, tenzij er sprake is van zodanige bijzondere, individuele omstandigheden dat dit niet redelijk is. Deze omstandigheden dienen ouders aan te tonen en het college zal vervolgens hierover beslissen.

Rechtspraak bij dit artikel